• Agenda

Voor P. H. (rust in vrede) – Nerkiz Sahin

Mijnheer P. H. Geboren op 30/12/1931 en overleden te Tongeren op 27/04/2020

 

Een man van daden waar elk van zijn patiënt over kan meepraten. Een luisterend oor waar je geheimen aan kon toevertrouwen. Een fijne man met een mooie lach die harten deed verwarmen, lange afstanden legde  hij af om bij ieder van zijn patiënten langs te gaan die hem nodig had. Groot of klein maakte niet uit. Met tien kinderen in ons gezin waarvan ik de jongste was, is zeker niet zo verwonderlijk dat hij ook bij ons vaak over de vloer kwam. Hij was een goed mens vooral naast zijn dokter zijn. Een vertrouwensfiguur in vele levens. Hoewel ik ondertussen 57 jaar ben geworden zie ik hem nog haarscherp voor mij zoals in mijn kindertijd. Zo zal ik hem mij ook altijd herinneren. Hij is nu een eenzame weg opgegaan naar het hiernamaals. Maar ook daar zal hij van harte welkom zijn en goed onthaald worden. Hoe kan het ook anders.

 

Voor P. H. (rust in vrede)

 

Alles smaakt nu bitterzoet.

Iedereen die je liefhad wacht in stilte op jouw laatste afscheidsgroet.

De wind fluisterend, een eeuwigdurend lied.

Een verweesde blik op gezichten die verstilt kijken naar de leegte die je achterlaat.

We gaan je aanwezigheid allemaal missen.

Maar afscheid nemen doen wij alleen van het tastbare.

Wij gaan je vanaf heden verder dragen in ons hart.

Je lichaam nu ter ruste leggen, ja…

Zodat je je geen zorgen meer moet maken om ons.

Maar jou dragen we mee de rest van ons leven.

Je glimlach bij je kleinkinderen, je fiere houding bij je kinderen, je trots bij je vrienden.

Iedereen heeft wel iets van jou in zich die ze voor altijd zullen koesteren.

Laat je nu maar meevoeren met wind en regen.

Over velden en wegen tot je je bestemming bereikt.

Verder dan het oog reikt en handen kunnen raken.

Maar steeds dicht genoeg bij het plekje in ons hart.

Want daar zullen wij je voor altijd blijven dragen.

 

Nerkiz Sahin 

 

Van deze dode geen slecht woord (voor D.) – Bart Aertgeerts

D. overleed op 62 jarige leeftijd aan kanker. Een half jaar gelden overleed zijn moeder aan dezelfde ziekte.
Een mens van eenvoud, met een hart voor medemens en natuur.

 

Van deze dode geen slecht woord

 

De lente vernevelde nieuw leven in de lucht

en prikkelde al onze zinnen,

de bijen zoemden er nog een schepje bovenop.

 

Maar net toen de bloesems aan het raam kwamen kijken

en de zon almaar hoger de lucht in klom

veranderde mijn grasgroene tuin in verdriet.

 

In al je eenvoud ging jij dood. Plots stopte al het bloeien.

Ik vind geen woorden voor de lente meer.

Mijn leed leeft nu een eigen leven.

 

Machteloos kijk ik toe hoe de bloemen verwelken,

de lentekleuren verstuiven in wuivende vlammen

die worden aangewakkerd door een ijzig vuur.

 

Tot ik opnieuw zal wakker worden

en voelen dat jij leeft, in het goud van

het gras, de bomen, de bloesems, de bloemen.

 

Hun zaadjes zullen voor altijd

jouw woorden en gebaren uitwaaien,

elke lente opnieuw zal jij in ons verder groeien.

 

Bart Aertgeerts

(#HenriA)

Voor J.D.W. – Max Greyson

Mijnheer J.D.W. werd geboren in Deinze op 13/03/1951 en hij overleed in Deinze op 22/04/2020. 

 

voor J.D.W.

 

Het is een gave

om niet te verdwalen in de loodgieterij

van een leven, van een hoofd

om vier dochters met elkaar te rijmen

en met jezelf

 

Jij weet wat het is

om door te gaan, te schaatsen

voet voor voet, zingend

over het bevroren water te glijden

 

Waar naartoe te fietsen, weet je

en waar van weg

voet voor voet op de pedalen

zingend, wind op kop

 

Huizen heb je verbonden

het water stroomt

de kamers zijn warm

 

Je pijlen hebben hun doel gevonden

rusten waar je ons hebt aangeraakt

ons hebt gerijmd met wie we zijn, nu

 

Glijd je zwaaiend met je armen

voet voor voet, zingend

naar ons toe

 

Max Greyson

 

Groepsverdriet: Akapella – Philip Meersman

Groepsverdriet: Akapella

 

Voor WZC Akapella, in Kapelle-op-den-Bos, op vraag van en geïnspireerd door Griet de Broeck tussen 19-21 april 2020.

 

 

We tellen af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

Herinner je je de warme thuis

tateren aan tafel

zitten in de tuin tussen torenhoge bomen

cultuur na ’t middaguur

dingen doen, denken, delen

die dwars-door-de-gangen-dravers

die dagelijkse doe-dingen

die dankbaar gedeelde momenten

 

Weet je nog dat we samen aten

goedgezinde gewoonte

van gretig gedeelde verhalen

Eén tafel, één gezin

 

Stenen schapen blaten al jaren

waar ook guitige geitjes grazen

ze kijken naar Karels kolossale kruiken

kleinkinderen konden knuffelen, kuieren, klimmen

ontroerend goed verhalen vertellen, kleren verstellen

 

nu

tellen we af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

 

 

Dubbel zo hard draven de diensten

samen dragen ze deze lasten

maar de onmacht knabbelt

aan wankele benen

warmte wijkt voor wikkels

aan                                   raken

mag                                  niet

meer

 

stil de zalen waar we samen zaten

zichtbaar geschrokken, zijn wij

terwijl tijd traag lijkt te tikken

knokken oude knoken

teruggetrokken tegen dit

 

Maar

We tellen af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

Rituelen delen zoals het strelen

– afscheid nemen na de herfst

wanneer één de winter inwandelde –

wijken voor het welzijn van zij die blijven

gelijk gemeenschappelijk groeten

verdriet verteerd teder tussen vrienden

terwijl het lijkt alsof we allen alleen

alle leed legen uit de kruiken van verdriet

 

Deze abondance zal niet blijven

eerstdaags dragen we deze lasten tegaar

walsen we weer

vegen we de miserie                                     van tafel

 

Want

 

 

We tellen af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

Nabij zijn zij die vrijwillig

de dag opfleuren

en het lukt om lief te lachen

samen de dagen diep in de ogen te kijken

en zoveel warmte te zien

 

Weldra voelen we elkaar weer

raken we weer meer betrokken

in het nabij zijn

drukken we elkander weer dicht aan onze borst

raken we elkaar weer aan

filosoferen we weer

over de waarde van samen-zijn

leren we weer meer

 

En

Tellen we gehaalde slagen van troel

haken we armen in

zingen we in de zalen

van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat

is het leven mooi

laten we de zon weer in ons hart

drinken we dos cervezas

en we hebben dan weer even voor elkaar

en we dansen, lachen, zingen,

schateren tot we schudden

samen

 

Philip Meersman

 

Kepie op rust (voor A.V.) – Carmien Michels

Mijnheer A.V. werd geboren op 1 mei 1926 en overleed in Laeken op 8 april 2020 aan de ziekte COVID-19.

 

Kepie op rust

 

voor A.V.

 

de bergpas leidt naar de plek

die we kennen van onze Zwitserse reizen

de chalet glanzend in de zon

mami en papi porto drinkend op het balkon

 

ik zie hem nog aandraven in zijn klompen

vloekend om de slakken in de moestuin

emmers vol appels in de armen, lachen in

overvloed om de familiegeest te voeden

 

de gezelligste agent op rust

nog steeds zou hij geen boetes schrijven

geen woede zou woekeren in zijn dagboeken

wel het verdriet dat in slakkenspoor sluipt over de bladen:

 

het laatste chocolaatje van Côte d’Or

het overhaaste afscheid van zijn zoetje

de ziekenhuiskamer, het koele verglijden

in quarantaine, het eenzame lijden

 

gewapend met bottinnen, wandelstok en kepie

nadert hij het einde van de berg

het verste punt dat je kan bereiken

prachtig uitkijken, besneeuwde bergtoppen

als ijsjes om aan te lekken

 

hij kijkt nog even achterom, knipoogt

klaar voor de hemelpoort, de laatste vlucht

houdt voor straks fier zijn politiekaart

als kortingskaart in de lucht

 

Carmien Michels

De derde pluk (voor M.R.) – Peter Theunynck

De heer M.R. werd in Komen geboren op 27 augustus 1932 en overleed in het A.Z. Delta Menen op 2 april 2020. Hij was een geliefde vader, grootvader en dorpsgenoot. Hij was één met de natuur en hij had voeling met de aarde. Het blad van de tabak droeg hij in zijn hart.

 

 

DE DERDE PLUK

 

De vroegte zoog je naar je land.

Je las er in de ogen van de bomen,

in de vliegpatronen van de vogels,

in de lichaamstaal van bloemen

aan de rand, er komt regen,

er is wind op komst die snijden moet.

 

De tabak was je leven. Geen plantdag

en geen pluk ging zonder jou voorbij.

Dan gunde jij de klok geen blik.

De fanfare toeterde door jou

wanneer de grote nerven van het blad

als visgraten te drogen hingen.

 

De zondag was je dag van god. Je zon

omarmde iedereen en er was soep

en kool, vlees en brood, koffie en gebak

Dan glom je in de ogen van je vrouw,

tussen je zonen en hun kroost: geluk

was jou in hen weerspiegeld zien.

 

De jaren schilderden je haren. Je begon

te voelen dat je knieën had, een rug,

maar toch draaiden de trappers olijk rond.

Je moestuin werd je koninkrijk,

de kevers kropen weg achter hun schild,

prinsessenbonen lagen lachend in je hand.

 

Toen brak de dodelijke lente aan

in anderhalve-meter-afstandland.

Dichtbij werd te riskant, een hoest klonk

als een schot. Het huis werd je gevang.

En jij begon hartstochtelijk

naar zuurstof te verlangen tot het op was.

 

Je vloog over de voorjaarsvelden weg.

Je blikken hebben nog het prille groen

gestreeld, de beesten op het land.

Je akkers heb je woordeloos begroet.

Je had geen adem meer voor meer

en je verdween. Wij missen je voorgoed.

 

Peter Theunynck

Beluister het gedicht hier.

Op zijn zondags (voor G.V.) – Lies Van Gasse

Mijnheer GV werd geboren op 10/5/1940 en overleed op 16/4/2020 in AZ Sint-Blasius te Dendermonde aan de ziekte COVID-19.

Hij ontving een ereteken van de koning omwille van het redden van een in het water gevallen kind en staat bekend als iemand die zijn leven gaf voor wie hij graag zag.

 

OP ZIJN ZONDAGS

 

voor GV

 

Ik schrijf een gedicht voor de man
met de kam in de achterzak.
Zijn haar ligt goed, zijn woorden ook,
allemaal door dat kammetje dat

 

een weerbarstige scheiding kamde.
En dan allen toch gezellig bijeen.
De zon zit goed, de koffie loopt.
Daar zitten we, rond de tafel

 

van de gekamde man die liefdevol
de sprietjes regelt in het grasveld.
Dribbelen maar, geluk met de bal.
Daar gaan we dan, op de tribune,

 

allemaal door het kammetje dat
papieren uitvlooit, boodschappenlijstjes,
hulproutes voor wie ze nodig heeft.

 

De benen zijn goed, de fietstassen vol.
Daar gaat hij, van deur tot deur,

 

de man met de kam, die kleine kam
die al jarenlang wacht in zijn achterzak.
Kapsels, reukwerk, garderobes,
waterwegen, sluis naar sluis

 

van de Schelde tot de Dender
waar hij dook als een redder,
uit het water kroop
met kind en ereteken

 

en nu tot aan de veerman
en zijn laatste stroom,
allemaal met dat kammetje.

 

Ik schrijf dit gedicht voor de man met de kam.
Ik kam mijn haar voor de dichter van het feest.
Verjaardagsrijmpjes, letterpret,
niets houdt hem ooit tegen,

 

maar er is iets vers
dat hij niet leest.

 

 

Lies Van Gasse

 

Beluister het gedicht hier.

Stille witte kamer (voor F. V.) – Peter Mangel Schots

Mijnheer F.V. werd geboren in Aarschot op 18 oktober 1930 en overleed op 8 april 2020 te Leuven in wzc Remy ten gevolge van covid-19. Hij was diepgelovig, eigenzinnig en erg belezen, hield van de poëzie van Anton van Wilderode en was op het eind van zijn leven volledig doof.

 

 

Stille witte kamer

 

Jij bent voorbij en deze stad zal duren
met nog wat leegte in de straten hier en daar
enkele buren die op hun balkons de allenigheid verjagen
en iemand die een bed opmaakt in de stille witte kamer
waar je wereld kromp tot mondmaskers die je beletten
om de lippen van je engelen te lezen.

 

Hierna zijn er de maaltijden die je nu elders viert
het brood dat je weer breekt
met al degenen die je opgewekt zult weerzien
in de overtuiging dat er nimmer een vertrekken is
zonder een zekere vorm van terugkeer.

 

Hierna mogen de dagen niet worden omkranst
door normaliteit zoals leraars die opdissen
aan jongens van zeventien
met honger in hun ziel
die in het leven willen bijten.

 

Hierna plukken we bloemen
uit ons haar, spoelen oude films terug en schrijven
Beethovenschriftjes vol met alleen onze kant
van gesprekken die we met jou blijven voeren.

 

Jij bent voorbij en stil zijn de uren
in die witte kamer ontdaan van je boeken.

 

Je lamp werd gedoofd het is ochtend
en teder de dag die voor eeuwig begint.

 

Peter Mangel Schots

 

 

Voor RDS – Hilde Keteleer

Mijnheer RDS werd geboren op 26 augustus 1938 en overleed in WZC Meulenbroek te Hamme op 14 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Hij had vier kinderen en zes kleinkinderen. Hij was ooit paracommando en bleef zijn hele leven trots op hun inzet in Congo in 1962 maar werd ook achtervolgd door wat hij had meegemaakt. Na zijn terugkeer opende hij een kruidenierszaak.

 

 

VOOR RDS

 

Pipa, jouw laatste marstonen

hebben we niet kunnen horen.

Ook je laatste woorden

gingen voor ons verloren.

 

We waren je al even kwijt

maar je grote glimlach blijft,

je trek in zure appels, Cola Light,

je zachte humor tot op ’t eind.

 

Pipa, je hebt veel hards gezien

op die moeilijke Congo-missies,

en je grote hart ging sindsdien

naar je gezin en naar je passies.

 

Je hield altijd van honden

en je kat was je beste vriendin.

Je maakte lange fietstochten,

dat hield de moed bij jou erin.

 

Want soms, pipa, als je zweeg,

was dat omdat je van het leven

veel, maar lang niet alles kreeg.

Jij echter hebt ons veel gegeven

 

en zo houden we jou ook bij:

gebogen over het snookerlaken,

met hele kleine dingen blij,

meester van de doe-het-zelf-taken.

 

We klappen nu Radetzky met onze handen,

met deze woorden willen we je schrijven:

je hoeft niet meer naar verre landen

om onze eeuwige held te blijven.

 

Hilde Keteleer

Voor Johan – Yerna Van den Driessche

Voor Johan

 

 

dat jij ging terwijl de zon langzaam onderging

na een dag van hevig vuur, jij

die warmte schakelde tussen hen die vochten

met hun schaduw, je grote warme hart dat

ijs brak, geen deuren sloot

 

dat jij ging terwijl ik met groene vingers

vergeet mij nietjes binnen hun perken hield

onder mijn adem de eerste meiklokjes sidderden

het voorzichtige sluipen van de poes begroette

en zij mij negeerde

 

dat jij ging terwijl ik mijn hoofd brak over het tapijt

gevallen bloemen, met dichtgesnoerde keel

bloem voor bloem aan een hart begon

nog niet wist dat één ervan

jouw naam zou dragen

 

Yerna Van den Driessche