• Gedichten des Vaderlands

    Lees hier alle gedichten die Laurence Vielle als Dichter des Vaderlands schrijft.

    Op woensdag 27 januari 2016 zal Laurence Vielle in Passa Porta haar eerste gedicht voorstellen aan pers en publiek.

    Schrijf je in op de nieuwsbrief om geen enkel gedicht van de Dichter des Vaderlands te missen.

Ik leen je mijn adem – Peter Mangel Schots

Ik leen je mijn adem


Alles wat ik nog een laatste keer had willen doen
de met linnen beklede tak van je arm vastnemen
mijn vingers rond je twijgen vouwen
door klitten haar je kruin voelen
die de warmte nog even vasthoudt
als zandsteen op een zomeravond,
is mij ontnomen.

Witte werkmieren hebben je om en om gewenteld
ze brachten je opbollende wind en zonneschijn en
als ze hun liefde bundelden konden ze je dragen.
Maar hoe verlang ik naar het schuren
van hout op mijn schouder.

Nu alles stokt hoor ik de echo van je stem.
Voor je laatste woorden leen ik je mijn adem
zoals men een balpen leent aan een reiziger
die nog snel een ansichtkaart verstuurt
voor hij terugkeert naar huis.

 

Peter Mangel Schots

Een ster die sterft (voor B.V.) – Michaël Vandebril

Mijnheer B.V. geboren te Lommel op 3 januari 1940 en overleden te Pelt op 3 april 2020 aan de ziekte COVID-19+. Hij was een wijze man die hield van toneel, vertellen, tuinieren en op tijd en stond een warme knuffel.

 

 

EEN STER DIE STERFT

 

voor B.V.

 

je bent vertrokken van je heerlijke plekje grond

daar waar die molen stond

en je je allerliefste vond

je bent plots heengegaan – je eeuw

verwisseld met eeuwigheid

en toch ben je nog hier: je liefde

je lach en je verhalen

hebben ons aangeraakt – dieper

dan we denken

soms was je een tuin

waarin we konden oogsten

soms bleef je stil als een rots

waarop we konden bouwen

soms veranderde je in een bos

waarin we konden schuilen

soms klonk je warm als een mondharmonica

die onze vreugde vierde

soms zag jij meer dan wij zagen

konden we zien door jouw heldere ogen

en nu je bent vertrokken zullen we dat licht

in ons hart bewaren zoals een ster die sterft

hoog boven ons blijft stralen

 

 

Michaël Vandebril

 

 

Schilderij (voor S.V.) – Peter Theunynck

Mevrouw S.V. werd geboren op 20 juni 1943 en overleed in WZC Vincenthove in Roeselare op 28 maart 2020 aan de ziekte COVID-19. Ze was een graag geziene leerkracht en een geliefde moeder. Ze hield van tekenen en schilderen.

 

 

SCHILDERIJ

 

voor S.V.

 

Er was een zon van geel,

een zee van groen, een hemel blauw.

 

Er was een feest van licht, een kus

van tulpen en een bos van warme armen.

 

Je schilderde met alle kleuren van je hart

in de lokalen van je lach.

 

Daar paste niemand beter in dan wij.

Je belegde ons met bladgoud

 

en signeerde: zij die luistert.

We kaderden je in om voor altijd te blijven.

 

Maar dan begon de verf te schilderen met jou,

de kleuren werkten de penselen tegen.

 

Loodwit veroverde terrein,

het sneeuwde heel je wereld dicht.

 

En wij, wij werden uitgegomd

tot jij niet meer in ons kon wonen.

 

Toen op een dag omarmen werd verboden

en elke ademtocht kon doden,

 

ben jij veranderd in een zon van geel

een zee van groen, een hemel blauw.

 

Wie schildert nu nog armen om ons heen?

Wie leert de tulpen hoe ze kussen moeten?

 

 

Peter Theunynck

 

 

Of we nog iets wilden drinken (voor J.V.S.) – Hilde Keteleer

Mevrouw J.V.S.  werd geboren op 25 januari 1929 en overleed in WZC Molenkouter te Wichelen op 2 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Ze had zes zussen en een broer, zes kleinkinderen en zes achterkleinkinderen.

 

OF WE NOG IETS WILDEN DRINKEN

 

VOOR JVS

 

Een uur na het korte afscheid

is ze ingeslapen voor altijd.

 

Een levensblije mens als zij

die we teruggeven aan de aarde.

Een lieve sterke mens als zij

wie het noodlot niet spaarde.

 

Een moederkloek als zij

die vier keer baarde.

Een oma van zes als zij

die alle klussen klaarde,

 

die elk jaar als Pasen kwam

hen weer mee naar zee nam.

Een oma Jet van bijna zeven

die genoot van het leven,

 

graag samen met hen lachte,

die pannenkoeken bakte

en “Te Brussel” declameerde,

hen goede grappen leerde.

 

Een kantklossende vrouw als zij

die naaide voor de hele bende.

Een sterke vrouw als zij

die nog steeds hun namen kende.

 

Een sociale mens als zij

die drankjes schonk voor het bezoek.

Een hunkerende mens als zij,

naar genegenheid op zoek.

 

Een uur na het harde afscheid

is ze ingeslapen voor altijd.

 

Dag oma Jet, wij maken nu kraaltjesbomen

en nemen je mee in onze liefste dromen.

 

Hilde Keteleer

 

Begin (voor M.D.V.) – Sylvie Marie

Mevrouw M.D.V. werd geboren op 20 juli 1934 en overleed in het ziekenhuis AZ Glorieux te Ronse op 30 maart 2020 aan de ziekte COVID-19.

 

BEGIN

 

                        voor M.D.V.

 

één was jij, hij twee, je schonk

er hem vier, zij jullie acht en wie

weet welk getal er daarna wacht.

 

zo loopt de liefde, het leven, zo werkt

‘ga en vermenigvuldig u’, maar nu

zo blijkt, gaat ook de dood.

 

je werd gevonden. je hebt het nooit

voluit beseft, dat lijkt ons een troost

en troost scheelt maar een o van trots

 

wat jij nog het liefste was. zelfs tijdens

ons laatste praatje achter glas blonk je, glans

lag in je ogen, we waren je mooiste zicht.

 

je as zullen we nu strooien, daar

waar hij met wie het begon al jaren rust,

in het perkje op zijn graf, je past er

 

precies. elke zomer zal je bij hem bloeien,

weelderig, zaailingen zullen waaien,

een margriet als jij trekt goed haar plan.

 

 

Sylvie Marie

Kikkerlied – Peter Holvoet-Hanssen

 

                 Kikkerlied  

 

op de achtergrond de honden van Persephone

 

 

zwarte zwarte populier

wij leven mee

vergeten niet

 

ik ben een lege stoel ~ uw vriend

en zonder wind

trillen toch

uw bladeren

 

dag geef u maar over aan

de nacht met zwarte sterrenkraag

omhult

het vuur dat sneeuwt

in het dodenmeer

 

ivoren lier met gouden draai

planeten vinden zo hun baan

en zwarte gaten

ontwaken

Kleine Beer

 

lampionnen aan de boom

ze wiegen met de onderstroom

in blauwe armen

kwaakt het

een eeuwigheid

 

 

Peter Holvoet-Hanssen

Lees hier de Franse vertaling door Kim Andringa

 

Huidhonger – Philip Meersman

Huidhonger

 

Jouw zachte zijn

zat geborgen

in de warmte van jouw stem

het dwaalt verder

door ons

gedeelde verleden

terwijl de tijd

wijkt

spiegelen gesprekken

jou

weer met woorden

in de beelden van elkaars ogen

deelt de zon zacht

jouw stem

opgeborgen

in de warmte

van elk ochtendgloren.

 

Philip Meersman

 

In de lucht zie ik jouw lippen – Philip Meersman

In de lucht zie ik jouw lippen

 

Wanneer de dag haar wende maakt,

sterren zacht verbleken

of net – nog niet – de nacht verbinden,

verkleurt de lucht

tot het roze van je lippen

de tijd maakt rimpels in het kussen

elke kleur contrasteert

met het beginnende groen

dat stil ontspruit

waar onze vingers uit elkaar gleden

 

Ik lees jouw lippen in het ontwaken van de zon

en gooi een handkus naar de wolken

 

 

Philip Marsman

Teddybeer – Philip Meersman

Teddybeer

 

Nu jij

niet meer bij me bent

mis ik je stille zwijgen

 

het klinkt luider

dan het ruisen van mijn hart

dat krachtig jouw naam herhaalt

 

nu jij niet meer,

een antwoord geeft

op de vragen in mijn dromen

lig ik stil

slaap ik weer

met in mijn armen

jouw teddybeer.

 

 

Philip Meersman

Som (voor R.M.V) – Ruth Lasters

Mijnheer R. M. V. werd geboren op 14/07/1932 en overleed in Woonzorgcentrum Sint-Jozef in Sint-Gillis-Waas-Sint-Pauwels op 26/03/2020 aan de ziekte COVID-19 +. Hij was een fervent tuinier met een immens familiehart, en een bouwer in alle betekenissen van het woord.  

 

SOM

 

voor R.M.V.

 

 

Een hoofdrekenaar

telt eeuwig op, nooit af, Pepe.

Jouw som is nooit voltooid.

Jij zit nu immer aan het tafelhoofd omringd door

ons. En zij, Bobon, schept soep uit van

 

werkelijk al je tuingroenten die teruggroeien bij elke

dauw: petetten, bonen, zuurstek, kool

‘Geef mij het ‘ooit’ eens door,’ vraagt zij aan ons,

haar kroost. Waarmee zij dan haar soep en ook de jouwe

zout én zoet met blikken vol van zachtst

voorbij en ach! en och! en trouw.

 

Een oerdegelijk gisteren

is met voortdurende

tederheid omboord, nauwgezet, met blinde zoom.

 

Dan weer, Pepe, zie ik je ronddwalen in al die huizen die je hebt

gebouwd, Bobon achter je aan, die soms verandert in

een steunmuur, als je je te snel naar haar

omdraait, op een tote

hopend.

 

Soms rusten jullie ginds uit op de rand

van een pas geplaatste badkuip, die lijkt op die waarin jullie

kleinkinders wasten

met vingers rimpelroze.

 

Er rest jullie alleen nog taal nu

die uit al onze voornamen bestaat. Maar alles krijgen jullie

ermee gezegd. Alles. Ook dat het tijd is,

er huiswaarts moet gekeerd, jouw zelfde groenten

andermaal moeten

 

gerooid, gestoofd, de soep opnieuw

gekruid met ‘ooit’ dat smaakt naar al het mooie

dat je zei en deed, Pepe, zoveel dat je nooit opgeteld raakt,

een hoofdsom in ons blijft, die al lang klopt, zo juist is,

maar toch door-

loopt. Door.

 

Ruth Lasters