Voor A.V. – Max Greyson

Mijnheer A.V. werd geboren in Merksem op 7 februari 1931 en overleed in Brasschaat op 21 november 2020.

 

Hij was een man vol vreugde, hij leefde voor menselijk contact, familie en natuur.

 

 

voor A.V.

 

Geen man is een eiland

jij mens van mensen

wandelt door de natuur

speeltuin van je geest

gidst ons op het stille landschap

langs al wie je kent, wie je bent

 

Je hebt je nooit verstopt

smokkelde steeds het amusement

tussen je woorden mee, nipte de foliekes

guitig uit een borrelglaasje

at een speculaasje tegen het niezen

met een kodakske in je hand

 

Nu nog grijp je ons vast, ontwikkelt ons

door je blik en legt ons zacht

naast elkaar in je fotoalbums

vouwt ons open als een herinnering

aan het licht dat door de bladeren komt

en landt op je trotse gezicht

 

Max Greyson

Vierde Gedicht des Vaderlands van Carl Norac

Nu de presidentsverkiezingen hot topic zijn in de Verenigde Staten en ver daarbuiten, besloot Dichter des Vaderlands Carl Norac om een ode aan Amerika te schrijven, zijn Amerika.

Ieder van ons heeft een idee van Amerika in zijn hoofd, gevuld met muziek, boeken, dromen,… Zo ook Carl Norac, die als tiener opgroeide met made in USA, Patti Smith, Walt Whitman, John Cassavetes… Zijn gedicht staat bol van herinneringen die hem dierbaar zijn.

 

O Captain ! My Captain !

 

Als tiener gingen we naar de Stock Américain

en kochten er een stukje eldorado.

Gewoon een ruwleren jack, geen goud,

of een bluejeans om de lucht uit te lachen

die hier lang voor de regen verkleurt.

We keerden uit Brussel terug, glimmend

in de boemeltrein, streken onze laarzen glad

en stonden klapwiekend op.

Daarna bracht Lou Reed me naar Berlijn,

Jack London naar de noordpool

en Patti Smith naar Charleville.

Een paar Shadows van Cassavetes gaven me zin

de camera van een cent te kopen waarmee

ik de andere waarheid van de wereld zou zeggen,

die al voor de deur stond, binnen adembereik.

Filmclub op school: op de poster

lazen we lachend It’s terrific!

Orson staarde ons aan als een Citizen Kane

die na de aftiteling wellicht

zou verdwijnen – niet dus.

Braafjes leerden we over de Revolutie,

erfenis van de verlichting, onze ideeën liepen rood

aan bij het bier, raakten hun schuchterheid kwijt,

of ze baden op witte graven.

We doodden onze zondagen op de weg

maar ver raakten we niet,

easy riders op crazy bikes

of weiland- en brandnetellopers,

die maiskolven jatten,

maar altijd het hoge woord, zoals Kerouac.

Ik weet nog dat Grassprietjes

van Walt Whitman als een fijn refrein

in mijn mouwen zaten gevouwen.

Vreemd hoe vannacht alles verkommert

onder een slecht verstelde vlag,

maar de schim van de dichter,

die zich tot Lincoln richtte, trekt voorbij,

daar in het land van de grote koorts,

dolend alsof hij stemmen wil tellen:

O Captain! My Captain!

En samen met hem fluister je zacht,

zonder commentaar, zonder zang:

O Captain! My Captain! zeg me,

waar gaat mijn Amerika naartoe?

 

Carl Norac          Nacht van 3 op 4 november 2020
Vertaling: Katelijne De Vuyst

De troost van Bach en Mozart – Willy Verhegghe

DE TROOST VAN BACH EN MOZART

in memoriam voor de Ninoofse Corona- slachtoffers

 

Onzichtbaar maar genadeloos trefzeker,

sluipend cobragif dat de longen lam legt en

plots venijnig opduikt uit het onschuldig niets:

de tirannieke tandem Corona-Covid 19, al maanden

nergens welkom maar wel wereldwijd aanwezig.

 

De lente en zomer van dit horrorjaar liggen

loom bedolven onder de uitgestorven hitte

van de voorbije zon, op begraafplaatsen

de verwelkte bloemen van het virusleed,

zij die eenzaam door de dood zijn weggemaaid.

 

Behoedzaam schrijf ik mijn warmste woorden

op de hemelse muziek van het Requiem van Mozart,

de troostende klanken van Bachs Mattheus Passie,

zuiverende zalf op de dagelijkse wonden

van allen die gekwetst achterblijven.

 

 

Willie Verhegghe

Stadsdichter van Ninove

oktober 2020

Bus naar nergens – Peter Theunynck

BUS NAAR NERGENS

 

De straat is donker en mijn hart.

Een late bus verlicht mijn blik:

een kleine schouwburg in de grote stad.

 

Mensen zitten er in spaarzaam licht.

Eenzame spelers wachtend

op een teken om te bewegen.

 

Hun grijze zwijgen vult de scène.

Ze kijken door mij heen.

Ze lijken bij zichzelf binnen te kijken.

 

Ik wacht in een bloedplas van licht

in dat korte ogenblik dat alles rood is

en de bus naar nergens rijdt.

 

Er staat iemand achterin, iemand die mij ziet,

die mij herkent of niet? Iemand die haast

onmerkbaar naar mij lacht. Iemand

 

die traag de arm opheft, een mooie oude tak

waarvan de bladeren zacht trillen in de wind.

Iemand die wil zeggen: wees niet bang,

 

er wordt op mij gerekend voor het eten,

maak je niet druk om mij, straks kom ik

thuis en zit ik in een zetel.

 

Het licht wordt groen. De bus vertrekt.

De nacht neemt iemand in de armen.

De straat is donker en mijn hart is licht.

 

 

Peter Theunynck

Kort – Peter Theunynck

KORT

 

Ik was nog lang niet met je klaar,
mijn puzzel was niet uitgelegd, kijk maar,
een handvol stukken zit nog in de doos,
er zijn nog zwarte gaten in de tafel.

 

Ik had zo graag je kinderen hun kinderen
zien klimmen in de boomhutten van ons,
de vensters van hun ogen in het donker,
de witte rupsjes van hun vingers.

 

Ik had nog willen zwemmen
in een vuurwerk van gekleurde vissen,
mijn trouwring willen vinden in de goot,
de eikels in de oorlogskoffie ruiken.

 

Nog een keer proeven van het sneeuwland
van mijn vader, de poedersuiker op de wafels,
de weerlicht van de ijsvogel, de trage slagen
van de ooievaar en hoe je lachte toen.

 

Had ik nog kunnen zeggen dat je handen
in mijn haar als zomernachten kwamen,
je stem de solemio deken van mijn winters was.
Het was te kort. Een andere keer misschien.

 

Peter Theunynck

Voor S. – Max Greyson

Mevrouw S.  werd geboren in Boedapest op 23 oktober 1939 en overleed in Hoboken op 9 oktober 2020 aan de gevolgen van Covid-19. 

 

Ze was een bruisende vrouw, een dame met een ongelooflijke veerkracht. Ze hield het leven bij de teugels en niet omgekeerd, ze was zo iemand voor wie je graag dingen deed.

 

 

Voor S.

 

 

Zullen we reizen

door de nacht, met het licht van straatlantaarns

dat morsecode over onze handen werpt

 

Van grootstad naar grootstad

doorheen het continent dat jij als geen ander kent

de talen die je spreekt, alsof het mensen zijn

 

Zullen we uitrusten op de oevers van de Donau

waar jij je eerste woord en je eerste rok

 

Toen wereld nog in je vingers paste, het broeien begon

rond je bevende hart, je bleef de revolutie altijd voor

met mannen aan je voeten, geliefden aan je arm

 

Of plukken we citroenen in Göteborg

maken er limonade van, voor onderweg

naar het diepe Zuiden, het verre Oosten

en weer terug

 

Rijden we in het ritme van lijnen en punten

naar een meer gematigd klimaat

om uit te rusten aan de Schelde

 

De rode loper van lantaarns langs de weg

met wat goede wil en wat verbeeldingskracht

zijn deze strepen gebroken licht het vuur en de stilte

die je thuis hebben gebracht

 

Max Greyson

 

fonkelvonkend (voor L.B.) – Sylvie Marie

De heer L. B. werd geboren op 5 juni 1933 en overleed in het ziekenhuis te Gent op 30 oktober 2020 aan de ziekte COVID-19. Het was een harde werker. Zowel het ondernemen als het jagen zat hem in het bloed, kreeg en gaf hij door van vader op zoon. Hij was nog heel actief en bij de pinken en het was zijn wens om zowel fysiek als mentaal niet te moeten aftakelen.

 

 

fonkelvonkend

                voor L. B.

 

een jager jaagt, dus jaag je

op de wind, op momenten als dit,

geschikt om jezelf los te knopen, los

uit de oksel van de boom

 

je ledematen worden nerven

je huid bladmoes, je ruggengraat steel

je aders de aders van dit seizoen

 

heengaan leer je niet van vader op zoon,

je zoekt het uit, zelf en zeker, zoals

een noeste werker altijd doet

 

je doet het gewoon

je buiteltuimelt, cirkelkringelt, zonnezingt

in het fonkelvonkende vuurrood

waarin je bent verschoten

 

neen, je valt niet neer in deze aarde

je landt, kroont deze herfst

tot de mooiste in jaren

 

Sylvie Marie

 

 

ZONDER TITEL/Ik heb meer woorden dan jij (voor S.N.) – Lies Van Gasse

Mijnheer SN werd geboren op 12/11/1976  en overleed plots op 2/11/2020 in Ons Erf te Brugge  

 

ZONDER TITEL/Ik heb meer woorden dan jij

 

voor SN

 

 

Ik heb meer woorden dan jij,

maar jij weet beter waar ze voor dienen:

 

voor verende luchten,
voor de zachte wind op je gezicht,
voor de fladderende stemmen rondom.

 

Dit alles verzamel je in potjes
die op de rug van je hand balanceren,
van jou naar mij, van mij naar jou
behalve dan wat je verstopt.

 

Wat had ik graag één van mijn woorden
in zo’n potje gestoken, geruild

 

voor een schelp met een zeebries,
voor kindersnoetjes, plagerijen, handgeklap,
voor de omtrek van iets dat je dacht,

 

maar je keerde de zee in lucht
en het zand in water
waarin je onderging,
zo zorgeloos

 

en behendig je wereld in.

 

Lies Van Gasse

 

< / div > (voor M.V.D.M.) – Paul Bogaert

M. V. D. M. werd geboren in Brecht op 26 juni 1955 en overleed op 24 maart 2020 in Leuven.
Vader, frontenddeveloper, muzikant en knutselaar, veelzijdig, intelligent en getalenteerd.

(English version below)

 

</div>

 

Je hebt zoveel gereisd. Met

je tokkelende vingertoppen. Online, offline

naar alle hoeken van het Bijberoepengebergte, de Hobbyvalleien,

in de geur van metaalverf en contrabashars

 

langs jouw lievelingswegen. Als daar zijn:

de Korte Codestraat, het Pizzicatoplein, de Tangorivier,

via de Lange Concertinalaan naar de Grote T-Shirtmarkt

in het Moppendorp, al die fantastische Fantasysteden.

 

Je hebt zoveel gereisd. In je hoofd:

hoe het eruitzag, hoe het er zou uitzien,

hoe het klonk of moest klinken. Tot in

de Stilstandsteeg, eenrichtingsverkeer naar men zegt.

 

In de Wysiwyg-wijk staat je handel in snoep

voor de oren nu leeg. Niet langer wandelen

je vingers overal heen. Zoveel dingen

waaraan nog de laatste hand moet worden gelegd.

 

Paul Bogaert

 

Read More

Bloei – Sarah Michaux

 

Bloei

 

Nu longkruid woekert naast wilde hyacinten

staan we hier met haperende handen.

 

We hadden zo graag

je nog een keer aangeraakt

 

met de gloed van onze vingertoppen,

een zoen doen bloesemen op je huid,

 

vergeet-me-nietjes gewikkeld

tussen je laatste gedachten.

 

We zaaien zeelavendel, planten zwaardlelies

om je later terug te vinden in het paars van hun kroonblaadjes

 

en in alle kleuren van alle bloemen die je worden zal.

Herinneringen aan jou zullen bloeien, overal.

 

 

 

Sarah Michaux