Op zijn zondags (voor G.V.) – Lies Van Gasse

Mijnheer GV werd geboren op 10/5/1940 en overleed op 16/4/2020 in AZ Sint-Blasius te Dendermonde aan de ziekte COVID-19.

Hij ontving een ereteken van de koning omwille van het redden van een in het water gevallen kind en staat bekend als iemand die zijn leven gaf voor wie hij graag zag.

 

OP ZIJN ZONDAGS

 

voor GV

 

Ik schrijf een gedicht voor de man
met de kam in de achterzak.
Zijn haar ligt goed, zijn woorden ook,
allemaal door dat kammetje dat

 

een weerbarstige scheiding kamde.
En dan allen toch gezellig bijeen.
De zon zit goed, de koffie loopt.
Daar zitten we, rond de tafel

 

van de gekamde man die liefdevol
de sprietjes regelt in het grasveld.
Dribbelen maar, geluk met de bal.
Daar gaan we dan, op de tribune,

 

allemaal door het kammetje dat
papieren uitvlooit, boodschappenlijstjes,
hulproutes voor wie ze nodig heeft.

 

De benen zijn goed, de fietstassen vol.
Daar gaat hij, van deur tot deur,

 

de man met de kam, die kleine kam
die al jarenlang wacht in zijn achterzak.
Kapsels, reukwerk, garderobes,
waterwegen, sluis naar sluis

 

van de Schelde tot de Dender
waar hij dook als een redder,
uit het water kroop
met kind en ereteken

 

en nu tot aan de veerman
en zijn laatste stroom,
allemaal met dat kammetje.

 

Ik schrijf dit gedicht voor de man met de kam.
Ik kam mijn haar voor de dichter van het feest.
Verjaardagsrijmpjes, letterpret,
niets houdt hem ooit tegen,

 

maar er is iets vers
dat hij niet leest.

 

 

Lies Van Gasse

 

Beluister het gedicht hier.

Stille witte kamer (voor F. V.) – Peter Mangel Schots

Mijnheer F.V. werd geboren in Aarschot op 18 oktober 1930 en overleed op 8 april 2020 te Leuven in wzc Remy ten gevolge van covid-19. Hij was diepgelovig, eigenzinnig en erg belezen, hield van de poëzie van Anton van Wilderode en was op het eind van zijn leven volledig doof.

 

 

Stille witte kamer

 

Jij bent voorbij en deze stad zal duren
met nog wat leegte in de straten hier en daar
enkele buren die op hun balkons de allenigheid verjagen
en iemand die een bed opmaakt in de stille witte kamer
waar je wereld kromp tot mondmaskers die je beletten
om de lippen van je engelen te lezen.

 

Hierna zijn er de maaltijden die je nu elders viert
het brood dat je weer breekt
met al degenen die je opgewekt zult weerzien
in de overtuiging dat er nimmer een vertrekken is
zonder een zekere vorm van terugkeer.

 

Hierna mogen de dagen niet worden omkranst
door normaliteit zoals leraars die opdissen
aan jongens van zeventien
met honger in hun ziel
die in het leven willen bijten.

 

Hierna plukken we bloemen
uit ons haar, spoelen oude films terug en schrijven
Beethovenschriftjes vol met alleen onze kant
van gesprekken die we met jou blijven voeren.

 

Jij bent voorbij en stil zijn de uren
in die witte kamer ontdaan van je boeken.

 

Je lamp werd gedoofd het is ochtend
en teder de dag die voor eeuwig begint.

 

Peter Mangel Schots

 

 

Voor RDS – Hilde Keteleer

Mijnheer RDS werd geboren op 26 augustus 1938 en overleed in WZC Meulenbroek te Hamme op 14 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Hij had vier kinderen en zes kleinkinderen. Hij was ooit paracommando en bleef zijn hele leven trots op hun inzet in Congo in 1962 maar werd ook achtervolgd door wat hij had meegemaakt. Na zijn terugkeer opende hij een kruidenierszaak.

 

 

VOOR RDS

 

Pipa, jouw laatste marstonen

hebben we niet kunnen horen.

Ook je laatste woorden

gingen voor ons verloren.

 

We waren je al even kwijt

maar je grote glimlach blijft,

je trek in zure appels, Cola Light,

je zachte humor tot op ’t eind.

 

Pipa, je hebt veel hards gezien

op die moeilijke Congo-missies,

en je grote hart ging sindsdien

naar je gezin en naar je passies.

 

Je hield altijd van honden

en je kat was je beste vriendin.

Je maakte lange fietstochten,

dat hield de moed bij jou erin.

 

Want soms, pipa, als je zweeg,

was dat omdat je van het leven

veel, maar lang niet alles kreeg.

Jij echter hebt ons veel gegeven

 

en zo houden we jou ook bij:

gebogen over het snookerlaken,

met hele kleine dingen blij,

meester van de doe-het-zelf-taken.

 

We klappen nu Radetzky met onze handen,

met deze woorden willen we je schrijven:

je hoeft niet meer naar verre landen

om onze eeuwige held te blijven.

 

Hilde Keteleer

Voor Johan – Yerna Van den Driessche

Voor Johan

 

 

dat jij ging terwijl de zon langzaam onderging

na een dag van hevig vuur, jij

die warmte schakelde tussen hen die vochten

met hun schaduw, je grote warme hart dat

ijs brak, geen deuren sloot

 

dat jij ging terwijl ik met groene vingers

vergeet mij nietjes binnen hun perken hield

onder mijn adem de eerste meiklokjes sidderden

het voorzichtige sluipen van de poes begroette

en zij mij negeerde

 

dat jij ging terwijl ik mijn hoofd brak over het tapijt

gevallen bloemen, met dichtgesnoerde keel

bloem voor bloem aan een hart begon

nog niet wist dat één ervan

jouw naam zou dragen

 

Yerna Van den Driessche

 

Kapittelhof – Mustafa Kör

Kapittelhof

 

Hier leefden wij, gestrande engelen
bijeen geregen eeuwen in krans
keurig geparkeerd in hal en gang

 

Op maat geserveerde zorg en brood
en liefde, alles kwam hier vlotjes
op gewoontegetrouwe wieltjes

 

Als eb en vloed kusten de dagen ons
vluchtig en wiegden onze geesten zoet
Geduldig en geheugenloos als de zee
wachtten wij op wegwijzende vrienden
handgeschreven brieven, heuglijk nieuws
en groeten van afgestane thuisfronten

 

Een mens leert gaandeweg maar leven
al vallen sommige vogels niet te kooien
ach, ik denk dat we jullie gewoon missen
ons huis, buren op de borrel, kerstdagen
gebakken brood, de mezen, de postbode

 

Alle jaren raken we kwijt, ontvielen ze
ons als haren van lankmoedige kruinen

 

Tot ook wij onze laatste bladeren lieten

 

Zie, onze open handen
die vroegen noch hoopten op dit
gebed zonder een amen achter

 

Onverhoopt kregen we meer
dan we konden behappen
het ontnam Het Pand de adem

 

Ik wilde alleen nog een woord van lof
voor de verzorgers in dit schonen hof

 

Het deert niet kinderen, leve jullie
helderste licht bij mijn laatste zucht

 

 

Mustafa Kör

Coda (voor A.B.) – Astrid Haerens

Mevrouw A.B. werd geboren op  4 januari 1927 en overleed in Ieper op 10 april ten gevolge van een beroerte. Ze was huisvrouw en hield enorm van dansen. Aangezien de uitvaartplechtigheid in zeer intieme kring moet verlopen vanwege de richtlijnen rond COVID-19, is dit een bijdrage op vraag van haar kleinkinderen, hun afscheid vanop afstand.

 

Coda  

voor A.B.

 

je zit in de keuken en kijkt naar
de gewoonheid van de dingen:
de klok, de stoel, het tafelblad
waarop handen rusten, ruw van gewassen levens
van uien snijden, vloeren boenen
het schaven aan de stemmen in dit huis
dat je al jaren als een mantel omgeeft

 

op de radio klinkt een lied, je humt
terwijl je benen traag van links naar rechts
zie je voor je hoe de zanger opkomt, rond zijn as
draait en draait, vergeet je de wortels
het wapperend wit, sta je op in het licht
en danst

 

buiten roeren de knotwilgen in de wind
het dorp blijft liggen in haar stenen huid

 

maar wij, in het duister vlakbij, kijken toe
hoe je je passen zet
dartel buigt, tot slot je ogen sluit

 

een laatste applaus geven we
met honderd zachte handen

 

 

 

Astrid Haerens

 

Voor Jacques De Decker – Carline Lamarche (vert. Katelijne De Vuyst)

Voor Jacques De Decker, heengegaan op paaszondag, 12 april 2020

Lieve vriend, je vindt het toch niet erg,
maar alweer staan we op je pad
wij die je hebt aangemoedigd of geprezen
naargelang we in leven waren of overleden.

Lieve vriend, je dacht altijd eerst aan ons
die onze eigen pen hanteren

voor je aan jezelf begon te denken
die onvermoeibaar je lof uitstrooide.

Lieve vriend, ons binnenste gemaakt van woorden

– woorden waaraan het ons vandaag ontbreekt –

stuurt je zijn onbeholpen hartenkreet
vol gemeend verdriet en verbondenheid.

Lieve vriend, op deze ijskoude lentedag,
helder en vlijmscherp als een spiegel
zien we je weggaan van je geliefden
een en al discretie zoals vereist in
dit seizoen dat ons opsluit en onze woorden
steelt zoals de bries het stuifmeel op laat waaien
nietig stof, gouden as
die de uiterwaarden bevrucht.

Lieve vriend, je zaaide jezelf kwistig rond
gul niet alleen met jezelf
maar met je liefde voor schoonheid
met je verlangen haar uit te strooien.
Vredige vriend, in weerwil van jezelf
heb je voor ons je weg gebaand.

Wie je stappen volgt
zal viever zijn, benieuwder en kordater.
Wie in je voetspoor treedt
zal zeggen aan je vrouw je dochter die je hand
vasthielden op het moment van je bruuske vertrek
dat ons hart voor jouw hart klopt.

Caroline Lamarche , lees hier het origineel.
Vertaling: Katelijne De Vuyst

 

Appelbomen (voor W.K.) – Maud Vanhauwaert

Mijnheer W.K. werd geboren op 13.07.1929 en overleed in het ziekenhuis in Ieper op 31.03.2020 aan de ziekte COVID-19.

 

APPELBOMEN

 

voor W.K.

 

Hier zitten we dan, de stoelen

netjes op de juiste afstand

zeker anderhalve meter van elkaar

 

ik denk aan de appelbomen

in je boomgaard waar jij de laatste

jaren van je leven doende was

 

je maakte zakjes van vijf kilo

zette ze aan de kant van de weg

een doender, dat was je

 

een leven lang, een boer met, natuurlijk,

de voeten op de grond, en een hoofd

waarin op je negentigste misschien

 

nog jongensdromen woelden

maar dat je het geluk hebt aangeraakt

is zeker, meer nog: het bleef zich maar

 

verdubbelen, tot je dacht: ik bouw

een feestzaaltje zodat, als mijn hele familie

eens wil samenkomen

 

er toch zeker een feestzaaltje is!

 

We zitten niet daar nu, maar hier

in een lege zaal die vol is van verdriet

en ik denk: wij zijn de appelbomen

 

ruim geplant, met moeite reiken

onze takken tot elkaar, maar ondergronds

zijn onze wortels verbonden, wij zijn geaard

 

wees gerust, opa,

samen vormen wij een gaard

 

 

Maud Vanhauwaert

Finale (voor A.H.) – Sarah Michaux

Mijnheer A.H. werd geboren op 4 april 1953 en overleed in WZC Spelthof te Binkom op 7 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Het betreft een eenzame uitvaart. Een verpleegkundige van WZC Spelthof heeft, ondanks haar onmogelijke agenda, de tijd genomen om me te woord te staan, waarvoor uitdrukkelijke dank. A.H. was gek van voetbal en groot supporter van RSC Anderlecht.

 

FINALE

 

voor A.H.

 

Het was Witte Donderdag toen ik je naam en foto kreeg.

Je glimlach deed me denken aan jongetjes

die met korte broekjes en een bal plezier schopten

op een geel gemaaid veld in een zomer van de jaren vijftig.

 

Toen wist ik nog niet hoeveel je van voetbal hield,

hoe je versierd met paarswit doorheen de dagen dribbelde.

Dat stelt me gerust. De langeafstandssupporter is immers

nooit eenzaam. Altijd juicht ergens iemand met hem mee.

 

Altijd was er de stem van de commentator die bezield

jouw kamer omtoverde tot een tribune vol gezelligheid.

Kameraden zwaaiden vlaggen, zongen liederen, klapten

mee in jouw maat. Na afloop smaakte het eten zo lekker.

 

Maar onze dagen kleurden treurig paars. Jouw geluk

werd schaars. De commentator zweeg, kameraden verdwenen

uit het zicht, eten was niet lekker meer. Je moest verplicht

in je kamer blijven waar niets meer was om naar uit te kijken.

 

Ons verlies was onvermijdelijk toen je buiten adem

van het veld werd gestuurd door de scheidsrechter.

 

Toch, vandaag ga je weer de grasmat op.

We hebben haar perfect gemaaid voor jouw finale.

 

Daar ga je!

 

                       midden

         linksachter, linksvoor

                                     midden, rechtsachter

                over de witte lijn

        nog verder

                    tot voorbij…

 

Geen scheidsrechter die dit spel nog stopt.

 

Sarah Michaux

 

 

Paardenkracht (voor L.L.) – Lotte Dodion

Mijnheer L.L werd geboren op 24 juni 1932 te Brustem en overleed op dinsdagnacht 7 april 2020 te Geetbets. 

Hij was een hulpvaardige, warmhartige man die na zijn werk als ijzervlechter (wegenwerker) elke dag op het veld ging helpen. L. hield enorm van paarden.  Op zaterdag nam hij zijn vrouw uit dansen, ze konden prachtig walsen.

 

 

Paardenkracht

Voor L.L

 

 

dit verdriet waar we mee zijn opgezadeld

een wild paard de donkere manen hangend in de hals

dat we het niet kunnen temmen jij zal dat begrijpen

dieren laten zich niet – zo ook verdriet niet.

 

onze borstkas vol briesende adem

ons hele hart om in te razen alle ruimte die het vraagt

voor het kan maar het zal

vertragen.

 

behoedzaam

zullen we afstijgen,

het aan de hand leiden, huiswaarts

 

door de velden van al je kameraden

omzoomd met balen stro, gekapte bieten

boeren in het bloed zoals jij klopte:

thuiskomen, wisselen van kleren,  ijzer ruilen voor aarde.

 

over al je wegen huiswaarts, veldbaantjes

en autostraden, tweebaansvakken heen- en terug

in de tijd naar de kermis nu kijk jij

 

komt weer aan op de fiets en ’t is prijs

jouw fonkelblik in dat spiegelpaleis

mama voor altijd de jouwe

 

ja ze wandelt met ons mee

door erehagen van appelbomen

bloesems strooiend over onze gebogen hoofden

 

tot we thuiskomen, mossel-friet op tafel,

schenken het paard een drinkbak Cristal

de lichtjes in de living aan, een dancing op zaterdag

 

zullen we om beurt met je dansen, papa,

het paard op stal, wij in een trage wals,

onze armen verstrengeld als vlechtwerk.

 

 

Lotte Dodion