L’amour est un oiseau rebelle (voor S.G.) – Het Kapersnest

Mevrouw S. G. werd geboren op 24 september 1929 en overleed in wzc Klavertje Vier in Sint-Job-In-‘t-Goor op 31 maart 2020 aan COVID-19. ‘Ze koos ervoor op haar 90 jaar geen bed op intensive care meer bezet te houden, maar haar laatste dagen in haar knusse kamer in het woonzorgcentrum te spenderen, waar het verplegend personeel er alles aan deed om het haar nog zo comfortabel mogelijk te maken. Eeuwige dank voor deze mensen.’

 

 

L’amour est un oiseau rebelle

 

voor S. G.

 

 

bonbonneke Bonpoes, gij zijt nog steeds een model

de ster ooit zo fel straalt zacht nu en ’t zingt als Carmen

‘het koper ziet rood, het koper ziet geel’ en het zoemt

wij zuchten en missen u zoals sneeuw op de maan

 

kijk, bonneke Bonpoes, gij hebt nu engelenhaar

het valt nooit meer uit, een klok koekoekt zonder geluid

’t kasteelparkje stil, wie voedert de eendjes, maar dan

het operakoor, ’t is moeder, ze sjilpt weer Bizet

zo zijt ge ontwaakt, een lotusbloem die zich ontvouwt

 

hoor vader die speelt viool, zie de lichtjes van ’t Stad

maar wees gerust, gij zijt niemand tot last, op uw schoot

ligt Gaby te slapen, poes die straks restjes krijgt van

de rijstpap, mandala: vierkant in ’t midden, errond

een cirkel: veranda, zalig van restjes die soep

 

‘hoe is ’t met de poezen’ – Suske ziet vogels niet staan

uw lievelingsmeesjes bellen aan d’hemelpoort aan

want – ‘poesje kom’ – met een kwinkslag zijt gij altijd thuis

dus droom maar uw droom zo wit als de room van een soes

 

bonbonneke poes

 

 

 

Het Kapersnest, Noëlla Elpers i.s.m Peter Holvoet-Hanssen

 

Punt (voor C.N.) – Paul Bogaert

Mevrouw C. N. overleed op 79-jarige leeftijd. Ze was enorm geliefd door haar man, kinderen en kleinkinderen. Ze hield van dansen en muziek. Ze was een grote fan van onder meer Will Tura. Dit gedicht is daarom – voor wie het graag hoort – óók een lied (op de melodie van ‘Ik ben zo eenzaam zonder jou’).

 

voor Meter

 

PUNT

 

.

Een punt zo plots. De richting kwijt.

Het is zo ver. Het niet meer weten.

De afstand is niet op te meten.

Meter onze meeteenheid.

 

Een punt zo hard. De tijdslimiet.

Waar al die uren te bewaren?

Het grote huis en al die jaren,

jouw open armen, toegewijd.

 

Een punt zo stil, zo zwart op wit.

Maar daarin zit nu ook verborgen:

de kleur, de danspassen van morgen,

je zo charmante levenslied.

 

Dit punt wordt tegelijkertijd

de plaats voor nieuwe kinderdromen,

daar waar de lijnen samenkomen.

Een middelpunt. Het middelpunt.

 

Voor altijd toch ons middelpunt.

 

.

 

Paul Bogaert

Brief zonder venster (voor A.K.) – Lieve Desmet

Mijnheer A.K. werd geboren op 24 mei 1939 en overleed in WZC Edouard Remy te Leuven op 2 april 2020 aan de ziekte COVID-19.

Er zijn noch familieleden, noch bekenden. Het betreft  een Eenzame Uitvaart.

De sociaal werkster en een verzorgende van WZC Rémy stonden mij te woord.

 

Brief zonder venster

 

Voor A.K

 

Toen was er nog een hond die kwispelde

net vóór mijn komst en aan de voordeur was er tijd.

’s Avonds boog men zich nog

om de pen in het hart te dopen.

 

Ik was de bode die onder zijn pet

fluitend de ronde uit zijn benen reed

op eigen spierkracht Kerst bracht

en van lief tot lief de zacht toegelikte brief.

 

Tot ik van dorp en liefde los

op een verdieping werd verzorgd. Gisteren was er nog

de laatste toegewijde hand – hoe hij in plastic weende

en ik boven het masker in twee glazen ogen keek – ze lieten me gaan

 

terug naar Assent.

Daar loopt straks nog wel een kat

bij nacht over de strooiweide, dan huis ik weer

in de bloesems en dwarrel neer in mijn vertrouwde straten.

 

Lieve Desmet

Niemands vriend (voor R.V) – Alain Delmotte

De heer R.V. werd in 1933 geboren en stierf op woensdag 1 april in het stedelijk ziekenhuis te Wetteren waar hij vier dagen eerder dringend werd opgenomen. De heer R.V. had enkele jaren geleden een beroerte gekregen en kon niet meer spreken. Hij stierf in aanwezigheid van zijn zoon. Zijn kleindochter is longarts in het UZ Gent en aldaar samen met haar 6 collega-longartsen actief in de COVID COHORTE, waar ze op volle toeren draait. Haar grootvader heeft ze dus tot haar eigen droefheid niet zelf kunnen verzorgen.

 

NIEMANDS VRIEND

 

Voor R.V. (1933 – 2020)

 

1.

 

Je beschikte enkel over een ziekbed om er alleen in te moeten zijn.

 

Je had alleen jezelf om van iedereen afscheid te kunnen nemen – hoezeer je zoon ook aanwezig was.

 

Nog voor je laatste woorden er waren, was je al sprakeloos: je hield ze helemaal verzwegen. Daarom dat niemand ze hoorde: je had er al te weinig adem voor en de dood had haast.

 

Ja, de dood had haast. Het moest vlug. Hij had het druk: er werd die dag wel erg veel op hem beroep gedaan, die niemands vriend.

 

2.

 

Al de tijd die je kleindochter als dokter aan anderen gaf: met die tijd kon ze je niet helen, met die tijd moest ze anderen genezen.

 

Met haar longen op intensieve zorgen kon ze je niet aan adem helpen. Ze was in de weer met de wereld – die liet haar niet los, die hield haar voor zich.

 

Ze klom, ze klom zich onvermoeid, met moed naar anderen toe. Bereiken kon ze je niet meer.

 

3.

 

Er is geen tijd om te treuren. We hebben haast: de dood is ons anders te vlug af. Je werd een stip in een statistiek. Droefheid werd uitgesteld.

 

Waar je nu ook bent, je bent er niet langer.

 

We hadden je nog veel te zeggen, vooral wat niet te zeggen valt.

 

We hadden je nog willen horen: je laatste woorden die je niet sprak, die ons ontbreken, die we zullen missen –

 

op die zullen we hopen.

 

 

Alain Delmotte

 

wat je met armen aanvangen kan (voor J.V.) – Astrid Haerens

Mijnheer JV werd geboren op  27 september 1930 en overleed in WZC Westervier in Brugge op 3 april aan de ziekte COVID-19. J was een energieke man met een passie voor sport en een optimistisch, eindeloos dankbaar hart.

 

Voor JV

 

wat je met armen aanvangen kan

 

je glijdt in het water, helder als nieuwe ogen, een golf adem

waarin scherven licht zweven en om elkaar heen tuimelen

als jongens, zie je het strekken van vingers, de draagkracht

van schouders, het zich optrekkend lichaam één vloeiend stuk

 

dan weer hijs je je omhoog, hoger wil je, van tak naar kruin naar berg

hoe daarboven de zon door de bladeren in duizend stukken breekt

tot het ruisen doorheen je oren je hoofd in kringt, je steekt je hand uit

trekt je geliefden naar je toe, stuwt ze almaar hoger

tot je kan laten zien hoe de verte in stilte groet

 

als een molen sta je in de wind en wijs je een richting

het noorden ligt achter je, het zuiden voorop, kijk toch maar

verder dan je denkt, met armen als wakkere wieken draai je
om je heen, hoe je van oost naar west je kompas hervindt

 

je vingertoppen schenken aandacht als regen die de tuin doet bloeien

waar vrienden buitelen, nieuwe stemmen stilstaan

groeien; een hand op een schouder, je bouwt een bed

waarin een hoofd zich neerlegt en droomt
van dieren, voettochten, kermispret

 

hoe je zwaait naar iedereen die, en toen, en dan,

kort geleden nog vanachter het raam, tot halsoverkop

voor het laatst zwaai je naar ons, bleef je maar

zwaaien in deze brute lente, aldoor zwaaien,

tot om de bocht.

 

 

Astrid Haerens

 

Een ster die sterft (voor B.V.) – Michaël Vandebril

Mijnheer B.V. geboren te Lommel op 3 januari 1940 en overleden te Pelt op 3 april 2020 aan de ziekte COVID-19+. Hij was een wijze man die hield van toneel, vertellen, tuinieren en op tijd en stond een warme knuffel.

 

 

EEN STER DIE STERFT

 

voor B.V.

 

je bent vertrokken van je heerlijke plekje grond

daar waar die molen stond

en je je allerliefste vond

je bent plots heengegaan – je eeuw

verwisseld met eeuwigheid

en toch ben je nog hier: je liefde

je lach en je verhalen

hebben ons aangeraakt – dieper

dan we denken

soms was je een tuin

waarin we konden oogsten

soms bleef je stil als een rots

waarop we konden bouwen

soms veranderde je in een bos

waarin we konden schuilen

soms klonk je warm als een mondharmonica

die onze vreugde vierde

soms zag jij meer dan wij zagen

konden we zien door jouw heldere ogen

en nu je bent vertrokken zullen we dat licht

in ons hart bewaren zoals een ster die sterft

hoog boven ons blijft stralen

 

 

Michaël Vandebril

 

 

Schilderij (voor S.V.) – Peter Theunynck

Mevrouw S.V. werd geboren op 20 juni 1943 en overleed in WZC Vincenthove in Roeselare op 28 maart 2020 aan de ziekte COVID-19. Ze was een graag geziene leerkracht en een geliefde moeder. Ze hield van tekenen en schilderen.

 

 

SCHILDERIJ

 

voor S.V.

 

Er was een zon van geel,

een zee van groen, een hemel blauw.

 

Er was een feest van licht, een kus

van tulpen en een bos van warme armen.

 

Je schilderde met alle kleuren van je hart

in de lokalen van je lach.

 

Daar paste niemand beter in dan wij.

Je belegde ons met bladgoud

 

en signeerde: zij die luistert.

We kaderden je in om voor altijd te blijven.

 

Maar dan begon de verf te schilderen met jou,

de kleuren werkten de penselen tegen.

 

Loodwit veroverde terrein,

het sneeuwde heel je wereld dicht.

 

En wij, wij werden uitgegomd

tot jij niet meer in ons kon wonen.

 

Toen op een dag omarmen werd verboden

en elke ademtocht kon doden,

 

ben jij veranderd in een zon van geel

een zee van groen, een hemel blauw.

 

Wie schildert nu nog armen om ons heen?

Wie leert de tulpen hoe ze kussen moeten?

 

 

Peter Theunynck

 

 

Of we nog iets wilden drinken (voor J.V.S.) – Hilde Keteleer

Mevrouw J.V.S.  werd geboren op 25 januari 1929 en overleed in WZC Molenkouter te Wichelen op 2 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Ze had zes zussen en een broer, zes kleinkinderen en zes achterkleinkinderen.

 

OF WE NOG IETS WILDEN DRINKEN

 

VOOR JVS

 

Een uur na het korte afscheid

is ze ingeslapen voor altijd.

 

Een levensblije mens als zij

die we teruggeven aan de aarde.

Een lieve sterke mens als zij

wie het noodlot niet spaarde.

 

Een moederkloek als zij

die vier keer baarde.

Een oma van zes als zij

die alle klussen klaarde,

 

die elk jaar als Pasen kwam

hen weer mee naar zee nam.

Een oma Jet van bijna zeven

die genoot van het leven,

 

graag samen met hen lachte,

die pannenkoeken bakte

en “Te Brussel” declameerde,

hen goede grappen leerde.

 

Een kantklossende vrouw als zij

die naaide voor de hele bende.

Een sterke vrouw als zij

die nog steeds hun namen kende.

 

Een sociale mens als zij

die drankjes schonk voor het bezoek.

Een hunkerende mens als zij,

naar genegenheid op zoek.

 

Een uur na het harde afscheid

is ze ingeslapen voor altijd.

 

Dag oma Jet, wij maken nu kraaltjesbomen

en nemen je mee in onze liefste dromen.

 

Hilde Keteleer

 

Begin (voor M.D.V.) – Sylvie Marie

Mevrouw M.D.V. werd geboren op 20 juli 1934 en overleed in het ziekenhuis AZ Glorieux te Ronse op 30 maart 2020 aan de ziekte COVID-19.

 

BEGIN

 

                        voor M.D.V.

 

één was jij, hij twee, je schonk

er hem vier, zij jullie acht en wie

weet welk getal er daarna wacht.

 

zo loopt de liefde, het leven, zo werkt

‘ga en vermenigvuldig u’, maar nu

zo blijkt, gaat ook de dood.

 

je werd gevonden. je hebt het nooit

voluit beseft, dat lijkt ons een troost

en troost scheelt maar een o van trots

 

wat jij nog het liefste was. zelfs tijdens

ons laatste praatje achter glas blonk je, glans

lag in je ogen, we waren je mooiste zicht.

 

je as zullen we nu strooien, daar

waar hij met wie het begon al jaren rust,

in het perkje op zijn graf, je past er

 

precies. elke zomer zal je bij hem bloeien,

weelderig, zaailingen zullen waaien,

een margriet als jij trekt goed haar plan.

 

 

Sylvie Marie

Som (voor R.M.V) – Ruth Lasters

Mijnheer R. M. V. werd geboren op 14/07/1932 en overleed in Woonzorgcentrum Sint-Jozef in Sint-Gillis-Waas-Sint-Pauwels op 26/03/2020 aan de ziekte COVID-19 +. Hij was een fervent tuinier met een immens familiehart, en een bouwer in alle betekenissen van het woord.  

 

SOM

 

voor R.M.V.

 

 

Een hoofdrekenaar

telt eeuwig op, nooit af, Pepe.

Jouw som is nooit voltooid.

Jij zit nu immer aan het tafelhoofd omringd door

ons. En zij, Bobon, schept soep uit van

 

werkelijk al je tuingroenten die teruggroeien bij elke

dauw: petetten, bonen, zuurstek, kool

‘Geef mij het ‘ooit’ eens door,’ vraagt zij aan ons,

haar kroost. Waarmee zij dan haar soep en ook de jouwe

zout én zoet met blikken vol van zachtst

voorbij en ach! en och! en trouw.

 

Een oerdegelijk gisteren

is met voortdurende

tederheid omboord, nauwgezet, met blinde zoom.

 

Dan weer, Pepe, zie ik je ronddwalen in al die huizen die je hebt

gebouwd, Bobon achter je aan, die soms verandert in

een steunmuur, als je je te snel naar haar

omdraait, op een tote

hopend.

 

Soms rusten jullie ginds uit op de rand

van een pas geplaatste badkuip, die lijkt op die waarin jullie

kleinkinders wasten

met vingers rimpelroze.

 

Er rest jullie alleen nog taal nu

die uit al onze voornamen bestaat. Maar alles krijgen jullie

ermee gezegd. Alles. Ook dat het tijd is,

er huiswaarts moet gekeerd, jouw zelfde groenten

andermaal moeten

 

gerooid, gestoofd, de soep opnieuw

gekruid met ‘ooit’ dat smaakt naar al het mooie

dat je zei en deed, Pepe, zoveel dat je nooit opgeteld raakt,

een hoofdsom in ons blijft, die al lang klopt, zo juist is,

maar toch door-

loopt. Door.

 

Ruth Lasters