• Pers

Negende Gedicht des Vaderlands van Carl Norac

VERLANGEN NAAR DE OVERSTEEK

Voor Caroline Pauwels en Marie-Hélène Caroff

 

Op de rivier, op de kanalen,
geen andere einder dan de nevel.
Voor ons rijzen alleen bruggen op,
ze verbinden de passanten,
waarvan een enkeling,
het blijft vreemd in onze ogen,

slechts van muren wil dromen.
Zie, daar heb je de sluis, scheepslift
met oud lekkend refrein
waar vogels kwekken,
tijd om een stiller landschap

te aanschouwen, de schemering
te vieren of de dageraad
die vandaag in krullen wordt gedroomd.

‘Geen grenzen!’ klinkt het
in de aak, ‘ook geen taalbarrières’.
Want opeens roept men je vanaf de oever aan,
en of je de woorden begrijpt of niet,
het gebaar is vertrouwd,

simpel principe van de open hand
in de dichtste verte.

Als landstreken terecht bestaan
en de kaarten die ons leiden
ons daarvan overtuigen, wonen wij,
reizigsters, reizige

Achtste Gedicht des Vaderlands van Carl Norac

NATIONALE ROUW

 

Wat betekent een schouder die uit woorden bestaat
als de wereld op haar grondvesten schudt
of als mensen, meegesleurd door de stroom,
veranderen in bundels stro?
Een kind ziet op het water
een ree drijven, speelgoed, een auto.
Daarna een vrouw die boven haar hoofd,
een zak zwaait als dagboek van een leven.

Read More

Zevende Gedicht des Vaderlands van Carl Norac

VOOR DE FAMILIE ABOU HATAB

(VAN WIE U DE NAAM NIET KENT)

 

In het Al-Shati-vluchtelingenkamp was het Suikerfeest aan de gang.
Ondanks het vuur op alle lippen trokken ze hun mooiste kleren aan.
Acht kinderen, twee vrouwen.
Niets vermoedend kleedden ze zich aan om als gezin dood te gaan.
Geen tijd om de schuilkelder te bereiken.
Die ochtend wilden hun handen in honing vervloeien.
Vergeet niet dat achter het raam rook kan verschijnen,
samen met een fluitend geluid, en teken iets in de wasem
van de thee of snij langzaam het witte vlees aan,
met een glanzend mes als enig wapen.

Read More

Zesde Gedicht des Vaderlands van Carl Norac

STILL STANDING

 

Hij stapt uit de propvolle trein,

verlaat het mierennest van mensen

die zich naar zee reppen om de dijk

te vullen met hun adem, met papieren bloemen

en om er hun wonden te likken,

Hij loopt naar het theater

en gaat binnen in de lege zaal.

Read More

Vijfde gedicht des Vaderlands van Carl Norac

Tabula rasa

Het jaar kwam eraan geslopen en wij
moeten het met onze adem bekleden.
Tabula rasa maken, zei je.
Maar zie, we gooiden januari al
als een valse belofte overboord,
een weinig brood in de lucht gezaaid
dat de blik van een verborgen vogel vormt.
In een rij lopen we altijd richting verwarring.
Toch betreden we
die gedwarsboomde wegen
met een restje onwrikbaar vuur
in onze kaartenhuizen,
onze zandkastelen, onze hartstochten,
onze dierbare samizdats, onze voornemens.
Om onze overvolle dromen te vervullen,
blijft het, op deze ochtend in februari,
ons pad begaan:
het dralende woordje hoop.
Hoop zonder beven, blinken of moeten.
Hoe ver kunnen we hem,
uit alle macht, ons huis binnenduwen?
We leggen hem op een tafel,
daarna op het amper omgeslagen blad.
Met dat woord als embleem
kunnen we alvast, ver van
de gangbare smoelen, twee lippen
onthullen waar het gedicht binnen kan glippen.

Carl Norac
Vertaling: Katelijne De Vuyst

Credo (voor M.D.) – Sylvie Marie

De heer M.D werd geboren te Doornik op 24 november 1933 en overleed te Sint-Denijs-Westrem op 19 januari 2021. Een hartelijke man die heel erg hield van gezelschap en een glas, maar ook graag zijn eigen weg ging. Als contremaître was hij vroeger werkzaam in een textielbedrijf waar hij verantwoordelijk was voor de kleuringen van stoffen. Het maakte hem heel gevoelig voor combinaties en texturen. Donker paste niet in zijn garderobe. M. was zijn leven lang nieuwsgierig en toegewijd.

 

credo

 

 

Voor M. D.

 

 

als je nu eens de ramen opent, kijkt of iets

of iemand binnenwaait, je aan bloemen ruikt

een glas vult, de radio aanzet, klinkt

op de dageraad, niet klaagt, dankbaar bent

je niet laat commanderen

 

en als je nu eens vindt dat het niet is

omdat je maar van stof bent en tot stof terugkeert

dat je je niet in de beste stof mag hullen, je zulke

geoefende vingertoppen hebt, dat ze van textuur

kunnen proeven, zulke ogen dat ze in kleuren

en patronen verhalen horen

 

als je nu eens zo wel doet – ça doit être parfait,

pas moins que parfait – en niet omziet

maar tegelijkertijd verwonderd blijft

nieuwsgierig, ja, je niet laat commanderen

 

en als je dan gaat glunderen, met kinderen

je niet door vooroordelen laat hinderen, de fiets neemt

de auto laat, wijn walst, je neus volgt, arm

in arm met haar de ruwe randen van Ierse

kliffen afwandelt, de woeste winden van de Highlands

opzoekt, kortom, land betreedt

dat zich niet laat commanderen

 

als je dan, als zij gestorven is, een trage buiging voor

haar maakt, waar je jaren over doet, zo langzaam dat je

naar de grond toe groeit en dat het wel duidelijk is

dat zij het was die je overeind hield, maar

dat je zelfs zo nog grappen maakt, fier knipoogt,

complimenteert, stil maar oplettend geeft en geeft en geeft

zonder dat je je daarvoor ooit liet commanderen, dan

heb je goed geleefd

 

 

Sylvie Marie

Een woordenwisseling (voor A.D.C.) – Maarten Inghels

Meneer A.D.C. werd geboren te Gent op 18 juli 1936 en overleed op 1 december 2020 te Antwerpen. Hij is gedurende zijn leven vaak van beroep veranderd en was onder andere chocolatier, kok, beeldhouwer en aannemer. Hij was een groot verteller die over alles wel iets wist. Hij hield van zijn vrijheid. 

 

EEN WOORDENWISSELING

 

Je begon met vader, moeder en een naam voor het monster

 

Onder je bed. Je zocht je weg in de taal van A tot Z en verdwaalde

 

Dan in een eigen verhaal vol vloekwoorden, liefkozingen, stopwoorden.

 

Een soldaat leerde je Freiheit zeggen dat klonk als het fluiten

 

Van een bom. Van sommige zinnen wist je nooit chocolade te maken

 

Maar meestal had je je mond vol van de naakte wereld. Liefde

 

Kent de moeilijkste woordenwisseling, weten we, verdriet

 

Onhoorbare. Er zijn woorden die je inslikt en een leven lang

 

Voor jezelf houdt. Voor de dood hier landde, had je altijd

 

Het laatste woord, voor het leven dat op je lippen brandde.

 

 

Maarten Inghels

Voor A.V. – Max Greyson

Mijnheer A.V. werd geboren in Merksem op 7 februari 1931 en overleed in Brasschaat op 21 november 2020.

 

Hij was een man vol vreugde, hij leefde voor menselijk contact, familie en natuur.

 

 

voor A.V.

 

Geen man is een eiland

jij mens van mensen

wandelt door de natuur

speeltuin van je geest

gidst ons op het stille landschap

langs al wie je kent, wie je bent

 

Je hebt je nooit verstopt

smokkelde steeds het amusement

tussen je woorden mee, nipte de foliekes

guitig uit een borrelglaasje

at een speculaasje tegen het niezen

met een kodakske in je hand

 

Nu nog grijp je ons vast, ontwikkelt ons

door je blik en legt ons zacht

naast elkaar in je fotoalbums

vouwt ons open als een herinnering

aan het licht dat door de bladeren komt

en landt op je trotse gezicht

 

Max Greyson

Vierde Gedicht des Vaderlands van Carl Norac

Nu de presidentsverkiezingen hot topic zijn in de Verenigde Staten en ver daarbuiten, besloot Dichter des Vaderlands Carl Norac om een ode aan Amerika te schrijven, zijn Amerika.

Ieder van ons heeft een idee van Amerika in zijn hoofd, gevuld met muziek, boeken, dromen,… Zo ook Carl Norac, die als tiener opgroeide met made in USA, Patti Smith, Walt Whitman, John Cassavetes… Zijn gedicht staat bol van herinneringen die hem dierbaar zijn.

 

O Captain ! My Captain !

 

Als tiener gingen we naar de Stock Américain

en kochten er een stukje eldorado.

Gewoon een ruwleren jack, geen goud,

of een bluejeans om de lucht uit te lachen

die hier lang voor de regen verkleurt.

We keerden uit Brussel terug, glimmend

in de boemeltrein, streken onze laarzen glad

en stonden klapwiekend op.

Daarna bracht Lou Reed me naar Berlijn,

Jack London naar de noordpool

en Patti Smith naar Charleville.

Een paar Shadows van Cassavetes gaven me zin

de camera van een cent te kopen waarmee

ik de andere waarheid van de wereld zou zeggen,

die al voor de deur stond, binnen adembereik.

Filmclub op school: op de poster

lazen we lachend It’s terrific!

Orson staarde ons aan als een Citizen Kane

die na de aftiteling wellicht

zou verdwijnen – niet dus.

Braafjes leerden we over de Revolutie,

erfenis van de verlichting, onze ideeën liepen rood

aan bij het bier, raakten hun schuchterheid kwijt,

of ze baden op witte graven.

We doodden onze zondagen op de weg

maar ver raakten we niet,

easy riders op crazy bikes

of weiland- en brandnetellopers,

die maiskolven jatten,

maar altijd het hoge woord, zoals Kerouac.

Ik weet nog dat Grassprietjes

van Walt Whitman als een fijn refrein

in mijn mouwen zaten gevouwen.

Vreemd hoe vannacht alles verkommert

onder een slecht verstelde vlag,

maar de schim van de dichter,

die zich tot Lincoln richtte, trekt voorbij,

daar in het land van de grote koorts,

dolend alsof hij stemmen wil tellen:

O Captain! My Captain!

En samen met hem fluister je zacht,

zonder commentaar, zonder zang:

O Captain! My Captain! zeg me,

waar gaat mijn Amerika naartoe?

 

Carl Norac          Nacht van 3 op 4 november 2020
Vertaling: Katelijne De Vuyst

De troost van Bach en Mozart – Willy Verhegghe

DE TROOST VAN BACH EN MOZART

in memoriam voor de Ninoofse Corona- slachtoffers

 

Onzichtbaar maar genadeloos trefzeker,

sluipend cobragif dat de longen lam legt en

plots venijnig opduikt uit het onschuldig niets:

de tirannieke tandem Corona-Covid 19, al maanden

nergens welkom maar wel wereldwijd aanwezig.

 

De lente en zomer van dit horrorjaar liggen

loom bedolven onder de uitgestorven hitte

van de voorbije zon, op begraafplaatsen

de verwelkte bloemen van het virusleed,

zij die eenzaam door de dood zijn weggemaaid.

 

Behoedzaam schrijf ik mijn warmste woorden

op de hemelse muziek van het Requiem van Mozart,

de troostende klanken van Bachs Mattheus Passie,

zuiverende zalf op de dagelijkse wonden

van allen die gekwetst achterblijven.

 

 

Willie Verhegghe

Stadsdichter van Ninove

oktober 2020