• Gedichtenkrans

    GEPERSONALISEERDE GEDICHTEN GEDICHTENKRANS

Alfabetische lijst van dichters

 


 

Orfeo (voor F.G.) – Peter Theunynck

De heer F.G. werd geboren in Gent op 11 oktober 1938 en overleed in AZ Alma in Eeklo op 15 mei 2020. Hij was doctor in de klassieke filologie, toondichter en priester. Hij had een groot hart voor mensen.

 

ORFEO

 

Voor F.G.

 

Je spoorde naar het Vaticaan: daar moest je zijn

voor alles over god en de antieken.

Je kwam terug als mens, onhandig als altijd,

 

stak de fonduepan in brand en wakkerde

de honger aan van pukkels die in banken zaten.

Je wekte hen met de trompetten van Orfeo.

 

We hingen in die jaren alle heiligen aan het infuus.

Toch vond je psalm gans onverwacht de weg

naar dorpen die achter de boerenkreken lagen.

 

In kamers met te weinig vensters en te lege stoelen

gaf je gehoor aan stemmen die nooit zonlicht zagen.

Je brak je brood met hen, je dronk met hen een beker.

 

Niemand haalde meer uit halve woorden,

niemand viel zo weinig in de rede, niemand

bracht je zo behendig van het wrede naar de vrede.

 

Nu zijn ze hier om jou gekomen.

Er waren nieuwe tolken nodig boven.

In Rome zochten ze, in Eeklo hebben ze gevonden.

 

Peter Theunynck

Rand (voor M.V.) – Astrid Haerens

M.V. werd in 2018 gediagnosticeerd met jongdementie en kreeg kort daarna een zware beroerte. Sindsdien leefde hij in Woonzorgcentrum St.-Carolus te Kortrijk.

Op 9/05 overleed hij, de oorzaak is onbekend.
M. werd 61 jaar. Hij was een rebel met een gouden hart.

 

 

Rand (voor M.V.)

 

zoals een zon achter wolken

een vermoeden geeft van haar bestaan

zo schemer jij door in mij:

nooit laat je me alleen

en wanneer ik koppig verder ga

zien jouw ogen hoe ik mijn stappen zet

langs smalle paden, slingerwegen

jij kent de wispelturigheid van een wezen

terwijl je vocht tegen orkanen

met keien in je zakken

verloor je tot slot de strijd

toch proeft jouw mond nog steeds

het zoet in mij, spreekt je lach

doorheen mijn lippen

loodst me als het trouwste dier door dag en land

als ik je even niet meer vind
sta ik op, kijk naar de lucht

zie boven de nevel

een gouden rand

 

 

Astrid Haerens

Echo (voor M.V.) – Sylvie Marie

                De heer M.V werd geboren op 21 juli 1942 en overleed in het WZC De Meers te Waregem op 13 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Hij was leerkracht Latijn en gaf ook ooit les aan Sylvie Marie. Hij was erg gepassioneerd voor zijn vak en troonde de laatstejaars altijd trots mee naar Italië. De laatste jaren van zijn leven ging zijn geheugen erg achteruit. Toen hij uit zijn appartementje weg moest, deed het afscheid van zijn boeken hem nog het meeste pijn.

 

 

ECHO

        voor M.V

 

je weet hoe de verhalen gaan, naar de overkant

neemt niemand wat mee, dus moest je eerst alles

kwijt. bladzij na bladzij je boeken, feit na feit

je kennis, mens na mens de kring rondom.

 

troost je ermee dat het beste relaas nooit

aan inkt went, liever nagalmt als ooit

een nimf dat deed en dat ook jij nu –

 

hoor: je stem

               euh, zeg je, euh

                                en dan mijn naam.

 

oh, je handen dansen net als je vlag in italië,

daar sta je weer, piekfijn in pak, sierlijk je krijt,

klak zegt je tong, je dirigeert onze aandacht,

zucht hoofdschuddend: ah,

de jeugd van toen.

 

neen, er hoeft geen boom voor geveld,

wie je was, wat je deed, wordt doorverteld.

 

 

Sylvie Marie

Tankbeurt (voor R.S.) – Ruth Lasters

Mijnheer R. S. werd geboren op 13/01/1956 en overleed in het Stuivenbergziekenhuis in Antwerpen op 04/04/2020 aan de ziekte COVID-19 +. Hij was het boegbeeld van Antwerp Pride, een grootse vrije geest en een bijzonder geliefde rasacteur.

 

TANKBEURT

voor R.S.

Er moet een tankstation bestaan

waar men mentale zuurstof toegediend krijgt rechtstreeks in

de hersenstam of in

de hartspier. Het is. Het móet. Zo niet scheurt heel de mensheid stuk

aan messcherpe bekrompenheid, kortzichtigheid alom.

 

Er staat geen Texacotijger ginds op de vlag, alleen een R van

ravissant, raffinement, rasacteur, Rob. Wij kunnen echt niet anders

dan het zo zien, Rob: jij werkt daar nu non-stop.

 

 

Op kille selfservice rust er een strikt verbod. Jij en jij alleen

levert de geestelijke O2 aan de klanten.

Soms met één handdruk of een blik die iemands wanhoopsonkruid al

 

 

terugdringt. Of je gebruikt alleen je stem en men zou zweren dan

dat men even met Salieri uit

Amadeus of met Charlotte uit

Casa Valentina sprak. You gave yourself to your parts as to a lover,

zo zou Vanessa Redgrave zeggen en dat is nog geringgeschat.

 

 

Je tankklandizie ginder: fris gegroomde heren, cocktailobers, zweefpiloten, yuppies,

sossen, m’en, v’s en x’en, leather boys, badmeesters, gays, straights, transen, hipsters, clandestienen, wereldburgers, dokwerkers, kaloten, poetsdames, Prideleden, chirurgen, roadies, zandstralers, Puccinifans.

Onderscheid is voor jou alleen relevant als het de zon betreft versus

een discobal en dan nog. Wat daarover te zeggen valt, zeg je liever

dansend.

 

 

Tevreden klanten betalen niet met euro’s voor een ademshot, noch met

dollars, maar laten ingelepelde

dogma’s achter in jouw handen, die je bijna allemaal

plat knijpt, knisperend als kakkerlakken. Slechts enkele

laat je weer los, de wijde wereld in voor wie het vrije denken nog niet

aandurft, nog niet kan.

 

 

Als beloning voor een volle tankspaarkaart krijgt men goddank

geen dwaze sleutelhanger maar een hoogst indringend stukje

Claudius van je uit Hamlet: Take thy fair hour, Laertes. Time be thine.

 

 

De klant is het ten slotte die vertrekt, niet omgekeerd. Hij of zij gaat heen,

met een hernieuwde actieradius van

onverschrokkenheid. En al wie omkijkt ziet jou staan nog

als bij wonder plots onder een bol van spinnend zilverlicht.

Niet in het westen, niet in het oosten,

niet in de teksten die je bracht, noch in de hoofden of de hartkamers van

mensen: nergens, nimmer, nooit

gaat een discobalzon

onder.

 

Ruth Lasters

Voor C.B. – Astrid Haerens

C.B. overleed na een lange coma aan de ziekte COVID-19. Ze was een optimistische, sociale spring in ’t veld met een groot hart en een sterk doorzettingsvermogen.

 

Voor C.B.

 

waken aan een bed
onze lichamen rond het jouwe
het wordt avond, de zon laag
brengt schaduwvormen de kamer binnen:
lichamen van zoveel anderen

 

zelfs in dit eenzaamste uur
wil iedereen bij je blijven hangen

 

om in de warmte van jouw adem
als katten te soezen, met onze hoofden
geven we elkaar kopjes, laten ons loom likken
door jouw levenslust, strijklicht

 

dat de dingen aanraakt, met een glimlach
tuitte jij je lippen en blies je je joie de vivre
als een bries doorheen de dagen

 

waarin de tijd soms opzwol, kromp
waarin seizoenen verkleurden

 

hoe je kan volhouden, wij almaar
hopen op een heldere oogopslag

 

het wordt nacht

 

langzaam verdwijn je
terwijl je nog eens lacht

 

ergens bolt een gordijn op

 

een nieuwe maan wiegt in oude armen

 

 

Astrid Haerens

Jouw hart (voor F.V.D.) Amina Belôrf

Mijnheer F. V. D. werd geboren op 18 oktober 1965 en overleed in AZ Sint-Jan te Brugge op 4 mei 2020. Hij was een ondernemer in hart en nieren. Stond steeds paraat voor een ander. Gekend als liefdevolle vader die zijn dochter Manon en haar moeder met de beste zorgen omringde. Hij was de man van het glas halfvol, een levensgenieter. Met een passie voor koken en een groot hart voor zijn medemens.

 

JOUW HART

Voor F. V. D.

 

Als tranen konden wekken
dan viel je nooit in slaap
als droefheid kon doen leven
dan stond je hier weer voor ons.

 

De glazen blijven staan
de lente mist zijn glans
de keuken treurt in leegte
de dag die zingt niet meer.

 

Je dochter zoekt je op
ze spreekt van hoe je rondwaart
in warmte en in waardigheid
voor al wie jou tot liefde is.

 

Zij die je kennen zullen nooit vergeten
hoe jouw handen de ander droegen
hoe je gaf en zal blijven geven
zolang ons hoofd jouw hart herinnert.

 

Nu dragen wij jouw eeuwig leven
en heffen hier jouw lievelingsglas
we zoeken je niet langer
in de kleuren van de lente
want je bent hier, naast ons

 

zolang ons hoofd
jouw hart herinnert.

 

Amina Belôrf

Vuur (voor J.L.) – Sylvie Marie

Mevrouw J.L. werd geboren op 18 maart 1929 en overleed in het Jan Yperman ziekenhuis te Ieper op 15 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Ze was een opgewekte, leergierige vrouw die haar gezin en familie met liefde op de eerste plaats zette. Thuis op de boerderij bracht ze haar kinderen bij immer hartelijk te zijn. Voor de zondag had ze het heerlijkste koekenbrood of de fijnste biscuit gebakken. In de allerlaatste jaren van haar leven vergat ze alles weer, alleen met aanraking en je stem kon je haar de laatste maanden heel goed bereiken.

 

VUUR

 

               voor J.L.

kom

doe het dan

uw handen

ge hebt ze altijd bij

en uw mond en uw lippen

die moet ge nooit zoeken

 

kom

geneer u niet

steek ze uit uw mouwen

vertrek niet zonder zoen

geef gul wat ge voor niets hebt

ge zult er deugd van hebben

 

en druk nu eens

uw voorhoofd tegen

‘t mijne als ge wilt

en neurie nu een keer

 

voelt ge ‘t?

we trillen tezamen

hoort ge ‘t?

we zingen elkaar na

als kringen in ‘t water

 

we zijn smeulvuur

‘s nachts in de stoof

 

kom

‘t is aan u nu

pakt u een stoel

zet u bij

en warm u tegader

aan al dat liefs

van mij

 

 

Sylvie Marie

Schoolvoorbeeld (voor H.M.) – Lotte Dodion

Voor H.M., geboren op 18 maart 1927 in Overwinden, overleden op 17 april 2020 te Velm.
Meester M. leerde de eerste generatie van vele dorpsfamilies schrijven en bleef zijn leven lang belangrijk in het gemeenschapsonderwijs. Hij was een verstandige en gevoelige man, die eerbied met een warm hart combineerde.

 

 

SCHOOLVOORBEELD I

        Voor Meester M.

 

om een kind groot te brengen
is een dorp nodig zeggen ze
maar dat zelfs het omgekeerde kan
dat één man elk kind, het hele dorp
draagt, groter maakt, dat toonde jij.

 

Wie met lege handen nog zo vragend
om letters verlegen, kreeg van jou
A tot Z en telkens weer elk van hen
met pen papier raakt, licht tussen de lijntjes
jouw naam op, glanzend in schoonschrift.

 

 

SCHOOLVOORBEELD II

        Voor Peter

 

peter,
dat volwassen worden
het vraagt veel huiswerk
er is geen handboek voor

 

maar jij maakte van de woonkamer
een veilig proeflokaal waar wij
lang na onze schooltijd nog
onze vraagstukken konden delen

 

jij gaf antwoorden maar oordeelde niet
en dat wij nu samen
zoveel warmte kunnen herhalen
is dankzij het schoolvoorbeeld in huis

 

dat vlinders blijven zolang je ze voedt
je met fonkelende ogen je vrouw
een extra trui aandoet

 

ja levenslang leren wij liefde

 

Lotte Dodion

Onmeetbaar (voor R.K.) – Stijn Vranken

Mijnheer en Mevrouw R.K. overleden in Antwerpen. Mevrouw K. werd begraven op 25 maart. Mijnheer K. werd gecremeerd op 8 april. Zij stierven aan de ziekte COVID-19 en laten twee dochters en vier kleinkinderen na.


Onmeetbaar

 

 

Sommige dingen zijn onmeetbaar.

 

Twee geliefden bijvoorbeeld,

die buiten handbereik uit elkaar vallen.

Elk apart een andere eeuwigheid in.

 

De afstand tussen hun armen:

het kwadraat van het omgekeerde

van een omhelzing.

 

De woorden in hun laatste adem

die niemand mag horen. Het vacuüm

van een veilige dood.

 

De echo van steeds minder.

 

Voorzichtig verzamel ik een zin en zeg

dat ook wij eeuwig moeten zijn

en hier en nu en onmeetbaar zacht

raak ik je aan.

 

Stijn Vranken

 

 

 

 

 

 

Voor P. H. (rust in vrede) – Nerkiz Sahin

Mijnheer P. H. Geboren op 30/12/1931 en overleden te Tongeren op 27/04/2020

 

Een man van daden waar elk van zijn patiënt over kan meepraten. Een luisterend oor waar je geheimen aan kon toevertrouwen. Een fijne man met een mooie lach die harten deed verwarmen, lange afstanden legde  hij af om bij ieder van zijn patiënten langs te gaan die hem nodig had. Groot of klein maakte niet uit. Met tien kinderen in ons gezin waarvan ik de jongste was, is zeker niet zo verwonderlijk dat hij ook bij ons vaak over de vloer kwam. Hij was een goed mens vooral naast zijn dokter zijn. Een vertrouwensfiguur in vele levens. Hoewel ik ondertussen 57 jaar ben geworden zie ik hem nog haarscherp voor mij zoals in mijn kindertijd. Zo zal ik hem mij ook altijd herinneren. Hij is nu een eenzame weg opgegaan naar het hiernamaals. Maar ook daar zal hij van harte welkom zijn en goed onthaald worden. Hoe kan het ook anders.

 

Voor P. H. (rust in vrede)

 

Alles smaakt nu bitterzoet.

Iedereen die je liefhad wacht in stilte op jouw laatste afscheidsgroet.

De wind fluisterend, een eeuwigdurend lied.

Een verweesde blik op gezichten die verstilt kijken naar de leegte die je achterlaat.

We gaan je aanwezigheid allemaal missen.

Maar afscheid nemen doen wij alleen van het tastbare.

Wij gaan je vanaf heden verder dragen in ons hart.

Je lichaam nu ter ruste leggen, ja…

Zodat je je geen zorgen meer moet maken om ons.

Maar jou dragen we mee de rest van ons leven.

Je glimlach bij je kleinkinderen, je fiere houding bij je kinderen, je trots bij je vrienden.

Iedereen heeft wel iets van jou in zich die ze voor altijd zullen koesteren.

Laat je nu maar meevoeren met wind en regen.

Over velden en wegen tot je je bestemming bereikt.

Verder dan het oog reikt en handen kunnen raken.

Maar steeds dicht genoeg bij het plekje in ons hart.

Want daar zullen wij je voor altijd blijven dragen.

 

Nerkiz Sahin 

 

Van deze dode geen slecht woord (voor D.) – Bart Aertgeerts

D. overleed op 62 jarige leeftijd aan kanker. Een half jaar gelden overleed zijn moeder aan dezelfde ziekte.
Een mens van eenvoud, met een hart voor medemens en natuur.

 

Van deze dode geen slecht woord

 

De lente vernevelde nieuw leven in de lucht

en prikkelde al onze zinnen,

de bijen zoemden er nog een schepje bovenop.

 

Maar net toen de bloesems aan het raam kwamen kijken

en de zon almaar hoger de lucht in klom

veranderde mijn grasgroene tuin in verdriet.

 

In al je eenvoud ging jij dood. Plots stopte al het bloeien.

Ik vind geen woorden voor de lente meer.

Mijn leed leeft nu een eigen leven.

 

Machteloos kijk ik toe hoe de bloemen verwelken,

de lentekleuren verstuiven in wuivende vlammen

die worden aangewakkerd door een ijzig vuur.

 

Tot ik opnieuw zal wakker worden

en voelen dat jij leeft, in het goud van

het gras, de bomen, de bloesems, de bloemen.

 

Hun zaadjes zullen voor altijd

jouw woorden en gebaren uitwaaien,

elke lente opnieuw zal jij in ons verder groeien.

 

Bart Aertgeerts

(#HenriA)

Voor J.D.W. – Max Greyson

Mijnheer J.D.W. werd geboren in Deinze op 13/03/1951 en hij overleed in Deinze op 22/04/2020. 

 

voor J.D.W.

 

Het is een gave

om niet te verdwalen in de loodgieterij

van een leven, van een hoofd

om vier dochters met elkaar te rijmen

en met jezelf

 

Jij weet wat het is

om door te gaan, te schaatsen

voet voor voet, zingend

over het bevroren water te glijden

 

Waar naartoe te fietsen, weet je

en waar van weg

voet voor voet op de pedalen

zingend, wind op kop

 

Huizen heb je verbonden

het water stroomt

de kamers zijn warm

 

Je pijlen hebben hun doel gevonden

rusten waar je ons hebt aangeraakt

ons hebt gerijmd met wie we zijn, nu

 

Glijd je zwaaiend met je armen

voet voor voet, zingend

naar ons toe

 

Max Greyson

 

Groepsverdriet: Akapella – Philip Meersman

Groepsverdriet: Akapella

 

Voor WZC Akapella, in Kapelle-op-den-Bos, op vraag van en geïnspireerd door Griet de Broeck tussen 19-21 april 2020.

 

 

We tellen af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

Herinner je je de warme thuis

tateren aan tafel

zitten in de tuin tussen torenhoge bomen

cultuur na ’t middaguur

dingen doen, denken, delen

die dwars-door-de-gangen-dravers

die dagelijkse doe-dingen

die dankbaar gedeelde momenten

 

Weet je nog dat we samen aten

goedgezinde gewoonte

van gretig gedeelde verhalen

Eén tafel, één gezin

 

Stenen schapen blaten al jaren

waar ook guitige geitjes grazen

ze kijken naar Karels kolossale kruiken

kleinkinderen konden knuffelen, kuieren, klimmen

ontroerend goed verhalen vertellen, kleren verstellen

 

nu

tellen we af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

 

 

Dubbel zo hard draven de diensten

samen dragen ze deze lasten

maar de onmacht knabbelt

aan wankele benen

warmte wijkt voor wikkels

aan                                   raken

mag                                  niet

meer

 

stil de zalen waar we samen zaten

zichtbaar geschrokken, zijn wij

terwijl tijd traag lijkt te tikken

knokken oude knoken

teruggetrokken tegen dit

 

Maar

We tellen af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

Rituelen delen zoals het strelen

– afscheid nemen na de herfst

wanneer één de winter inwandelde –

wijken voor het welzijn van zij die blijven

gelijk gemeenschappelijk groeten

verdriet verteerd teder tussen vrienden

terwijl het lijkt alsof we allen alleen

alle leed legen uit de kruiken van verdriet

 

Deze abondance zal niet blijven

eerstdaags dragen we deze lasten tegaar

walsen we weer

vegen we de miserie                                     van tafel

 

Want

 

 

We tellen af tot troel

missen ingehaakte armen

bang van samenzang

de Marie Louise

ligt.                                         stil

 

We tellen bloemblaadjes

zeven anjers, zeven rozen

en samen zo verdomd alleen

het isolement went               niet

 

Nabij zijn zij die vrijwillig

de dag opfleuren

en het lukt om lief te lachen

samen de dagen diep in de ogen te kijken

en zoveel warmte te zien

 

Weldra voelen we elkaar weer

raken we weer meer betrokken

in het nabij zijn

drukken we elkander weer dicht aan onze borst

raken we elkaar weer aan

filosoferen we weer

over de waarde van samen-zijn

leren we weer meer

 

En

Tellen we gehaalde slagen van troel

haken we armen in

zingen we in de zalen

van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat

is het leven mooi

laten we de zon weer in ons hart

drinken we dos cervezas

en we hebben dan weer even voor elkaar

en we dansen, lachen, zingen,

schateren tot we schudden

samen

 

Philip Meersman

 

Kepie op rust (voor A.V.) – Carmien Michels

Mijnheer A.V. werd geboren op 1 mei 1926 en overleed in Laeken op 8 april 2020 aan de ziekte COVID-19.

 

Kepie op rust

 

voor A.V.

 

de bergpas leidt naar de plek

die we kennen van onze Zwitserse reizen

de chalet glanzend in de zon

mami en papi porto drinkend op het balkon

 

ik zie hem nog aandraven in zijn klompen

vloekend om de slakken in de moestuin

emmers vol appels in de armen, lachen in

overvloed om de familiegeest te voeden

 

de gezelligste agent op rust

nog steeds zou hij geen boetes schrijven

geen woede zou woekeren in zijn dagboeken

wel het verdriet dat in slakkenspoor sluipt over de bladen:

 

het laatste chocolaatje van Côte d’Or

het overhaaste afscheid van zijn zoetje

de ziekenhuiskamer, het koele verglijden

in quarantaine, het eenzame lijden

 

gewapend met bottinnen, wandelstok en kepie

nadert hij het einde van de berg

het verste punt dat je kan bereiken

prachtig uitkijken, besneeuwde bergtoppen

als ijsjes om aan te lekken

 

hij kijkt nog even achterom, knipoogt

klaar voor de hemelpoort, de laatste vlucht

houdt voor straks fier zijn politiekaart

als kortingskaart in de lucht

 

Carmien Michels

De derde pluk (voor M.R.) – Peter Theunynck

De heer M.R. werd in Komen geboren op 27 augustus 1932 en overleed in het A.Z. Delta Menen op 2 april 2020. Hij was een geliefde vader, grootvader en dorpsgenoot. Hij was één met de natuur en hij had voeling met de aarde. Het blad van de tabak droeg hij in zijn hart.

 

 

DE DERDE PLUK

 

De vroegte zoog je naar je land.

Je las er in de ogen van de bomen,

in de vliegpatronen van de vogels,

in de lichaamstaal van bloemen

aan de rand, er komt regen,

er is wind op komst die snijden moet.

 

De tabak was je leven. Geen plantdag

en geen pluk ging zonder jou voorbij.

Dan gunde jij de klok geen blik.

De fanfare toeterde door jou

wanneer de grote nerven van het blad

als visgraten te drogen hingen.

 

De zondag was je dag van god. Je zon

omarmde iedereen en er was soep

en kool, vlees en brood, koffie en gebak

Dan glom je in de ogen van je vrouw,

tussen je zonen en hun kroost: geluk

was jou in hen weerspiegeld zien.

 

De jaren schilderden je haren. Je begon

te voelen dat je knieën had, een rug,

maar toch draaiden de trappers olijk rond.

Je moestuin werd je koninkrijk,

de kevers kropen weg achter hun schild,

prinsessenbonen lagen lachend in je hand.

 

Toen brak de dodelijke lente aan

in anderhalve-meter-afstandland.

Dichtbij werd te riskant, een hoest klonk

als een schot. Het huis werd je gevang.

En jij begon hartstochtelijk

naar zuurstof te verlangen tot het op was.

 

Je vloog over de voorjaarsvelden weg.

Je blikken hebben nog het prille groen

gestreeld, de beesten op het land.

Je akkers heb je woordeloos begroet.

Je had geen adem meer voor meer

en je verdween. Wij missen je voorgoed.

 

Peter Theunynck

Beluister het gedicht hier.

Op zijn zondags (voor G.V.) – Lies Van Gasse

Mijnheer GV werd geboren op 10/5/1940 en overleed op 16/4/2020 in AZ Sint-Blasius te Dendermonde aan de ziekte COVID-19.

Hij ontving een ereteken van de koning omwille van het redden van een in het water gevallen kind en staat bekend als iemand die zijn leven gaf voor wie hij graag zag.

 

OP ZIJN ZONDAGS

 

voor GV

 

Ik schrijf een gedicht voor de man
met de kam in de achterzak.
Zijn haar ligt goed, zijn woorden ook,
allemaal door dat kammetje dat

 

een weerbarstige scheiding kamde.
En dan allen toch gezellig bijeen.
De zon zit goed, de koffie loopt.
Daar zitten we, rond de tafel

 

van de gekamde man die liefdevol
de sprietjes regelt in het grasveld.
Dribbelen maar, geluk met de bal.
Daar gaan we dan, op de tribune,

 

allemaal door het kammetje dat
papieren uitvlooit, boodschappenlijstjes,
hulproutes voor wie ze nodig heeft.

 

De benen zijn goed, de fietstassen vol.
Daar gaat hij, van deur tot deur,

 

de man met de kam, die kleine kam
die al jarenlang wacht in zijn achterzak.
Kapsels, reukwerk, garderobes,
waterwegen, sluis naar sluis

 

van de Schelde tot de Dender
waar hij dook als een redder,
uit het water kroop
met kind en ereteken

 

en nu tot aan de veerman
en zijn laatste stroom,
allemaal met dat kammetje.

 

Ik schrijf dit gedicht voor de man met de kam.
Ik kam mijn haar voor de dichter van het feest.
Verjaardagsrijmpjes, letterpret,
niets houdt hem ooit tegen,

 

maar er is iets vers
dat hij niet leest.

 

 

Lies Van Gasse

 

Beluister het gedicht hier.

Stille witte kamer (voor F. V.) – Peter Mangel Schots

Mijnheer F.V. werd geboren in Aarschot op 18 oktober 1930 en overleed op 8 april 2020 te Leuven in wzc Remy ten gevolge van covid-19. Hij was diepgelovig, eigenzinnig en erg belezen, hield van de poëzie van Anton van Wilderode en was op het eind van zijn leven volledig doof.

 

 

Stille witte kamer

 

Jij bent voorbij en deze stad zal duren
met nog wat leegte in de straten hier en daar
enkele buren die op hun balkons de allenigheid verjagen
en iemand die een bed opmaakt in de stille witte kamer
waar je wereld kromp tot mondmaskers die je beletten
om de lippen van je engelen te lezen.

 

Hierna zijn er de maaltijden die je nu elders viert
het brood dat je weer breekt
met al degenen die je opgewekt zult weerzien
in de overtuiging dat er nimmer een vertrekken is
zonder een zekere vorm van terugkeer.

 

Hierna mogen de dagen niet worden omkranst
door normaliteit zoals leraars die opdissen
aan jongens van zeventien
met honger in hun ziel
die in het leven willen bijten.

 

Hierna plukken we bloemen
uit ons haar, spoelen oude films terug en schrijven
Beethovenschriftjes vol met alleen onze kant
van gesprekken die we met jou blijven voeren.

 

Jij bent voorbij en stil zijn de uren
in die witte kamer ontdaan van je boeken.

 

Je lamp werd gedoofd het is ochtend
en teder de dag die voor eeuwig begint.

 

Peter Mangel Schots

 

 

Voor RDS – Hilde Keteleer

Mijnheer RDS werd geboren op 26 augustus 1938 en overleed in WZC Meulenbroek te Hamme op 14 april 2020 aan de ziekte COVID-19. Hij had vier kinderen en zes kleinkinderen. Hij was ooit paracommando en bleef zijn hele leven trots op hun inzet in Congo in 1962 maar werd ook achtervolgd door wat hij had meegemaakt. Na zijn terugkeer opende hij een kruidenierszaak.

 

 

VOOR RDS

 

Pipa, jouw laatste marstonen

hebben we niet kunnen horen.

Ook je laatste woorden

gingen voor ons verloren.

 

We waren je al even kwijt

maar je grote glimlach blijft,

je trek in zure appels, Cola Light,

je zachte humor tot op ’t eind.

 

Pipa, je hebt veel hards gezien

op die moeilijke Congo-missies,

en je grote hart ging sindsdien

naar je gezin en naar je passies.

 

Je hield altijd van honden

en je kat was je beste vriendin.

Je maakte lange fietstochten,

dat hield de moed bij jou erin.

 

Want soms, pipa, als je zweeg,

was dat omdat je van het leven

veel, maar lang niet alles kreeg.

Jij echter hebt ons veel gegeven

 

en zo houden we jou ook bij:

gebogen over het snookerlaken,

met hele kleine dingen blij,

meester van de doe-het-zelf-taken.

 

We klappen nu Radetzky met onze handen,

met deze woorden willen we je schrijven:

je hoeft niet meer naar verre landen

om onze eeuwige held te blijven.

 

Hilde Keteleer

Voor Johan – Yerna Van den Driessche

Voor Johan

 

 

dat jij ging terwijl de zon langzaam onderging

na een dag van hevig vuur, jij

die warmte schakelde tussen hen die vochten

met hun schaduw, je grote warme hart dat

ijs brak, geen deuren sloot

 

dat jij ging terwijl ik met groene vingers

vergeet mij nietjes binnen hun perken hield

onder mijn adem de eerste meiklokjes sidderden

het voorzichtige sluipen van de poes begroette

en zij mij negeerde

 

dat jij ging terwijl ik mijn hoofd brak over het tapijt

gevallen bloemen, met dichtgesnoerde keel

bloem voor bloem aan een hart begon

nog niet wist dat één ervan

jouw naam zou dragen

 

Yerna Van den Driessche

 

Kapittelhof – Mustafa Kör

Kapittelhof

 

Hier leefden wij, gestrande engelen
bijeen geregen eeuwen in krans
keurig geparkeerd in hal en gang

 

Op maat geserveerde zorg en brood
en liefde, alles kwam hier vlotjes
op gewoontegetrouwe wieltjes

 

Als eb en vloed kusten de dagen ons
vluchtig en wiegden onze geesten zoet
Geduldig en geheugenloos als de zee
wachtten wij op wegwijzende vrienden
handgeschreven brieven, heuglijk nieuws
en groeten van afgestane thuisfronten

 

Een mens leert gaandeweg maar leven
al vallen sommige vogels niet te kooien
ach, ik denk dat we jullie gewoon missen
ons huis, buren op de borrel, kerstdagen
gebakken brood, de mezen, de postbode

 

Alle jaren raken we kwijt, ontvielen ze
ons als haren van lankmoedige kruinen

 

Tot ook wij onze laatste bladeren lieten

 

Zie, onze open handen
die vroegen noch hoopten op dit
gebed zonder een amen achter

 

Onverhoopt kregen we meer
dan we konden behappen
het ontnam Het Pand de adem

 

Ik wilde alleen nog een woord van lof
voor de verzorgers in dit schonen hof

 

Het deert niet kinderen, leve jullie
helderste licht bij mijn laatste zucht

 

 

Mustafa Kör